Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER
Rigsadvokaten(Denemarken) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
1.Procesgang
2.Identiteit van de opgeëiste persoon
3.Grondslag en inhoud van het EAB
uitspraak op 2 mei 2013, gedaan door de Rechtbank van Kolding, waarbij de opgeëiste persoon in absentia werd veroordeeld tot voorlopige hechtenis.
4.Bevoegdheid tot uitvaardiging van het EAB
Rigsadvokaten. De rechtbank begrijpt de brief en het e-mailbericht zo, dat met ‘Director of Public Prosecutions’ de
Rigsadvokatenwordt aangeduid. De brief van 27 september 2016 (zie hierna onder 6) bevestigt deze lezing: deze brief is afgedrukt op briefpapier waarop in het briefhoofd zowel
Rigsadvokatenals
Director of Public Prosecutionsis afgedrukt.
Kovalkovas, punt 31).
Özçelik, punten 32-34).
Rigsadvokaten– die aan het hoofd staat en deel uitmaakt van het Deense Openbaar Ministerie – heeft aangeduid als de autoriteit die bevoegd is om een EAB uit te vaardigen. Het EAB is dus uitgevaardigd door een ‘rechterlijke autoriteit’ die daartoe door de uitvaardigende lidstaat is aangeduid.
Rigsadvokatennaar Deens recht de bevoegde autoriteit is.
5.Strafbaarheid
6.De garantie als bedoeld in artikel 6, eerste lid, van de OLW
7.Weigeringsgrond als bedoeld in artikel 13, eerste lid, aanhef en onder a, OLW
het onderzoek heeft een aanvang genomen in Denemarken;
het bewijs bevindt zich in Denemarken;
de verdovende middelen waren bestemd voor de Deense markt en de rechtsorde aldaar is geschaad;
medeverdachte(n) worden/zijn in Denemarken vervolgd;
Denemarken heeft desgevraagd een terugkeergarantie verstrekt.
8.Slotsom
9.Toepasselijke wetsartikelen
10.Beslissing
[opgeëiste persoon]aan de
Rigsadvokatenten behoeve van het in Denemarken tegen hem gerichte strafrechtelijk onderzoek naar het feit waarvoor zijn overlevering wordt verzocht.