Eiseressen, twee bedrijven gevestigd op de NDSM-werf in Amsterdam Noord, maakten bezwaar tegen de invoering van betaald parkeren en de verlening van bedrijfsparkeervergunningen door de gemeente Amsterdam. Zij voerden aan dat het parkeerbeleid niet zorgvuldig was voorbereid, dat het parkeerregime niet noodzakelijk was vanwege een lage parkeerdruk, en dat er sprake was van misbruik van bevoegdheid en strijd met het motiveringsbeginsel.
De rechtbank stelde vast dat het parkeerbeleid gebaseerd was op een buurtbijeenkomst en een onderzoek door adviesbureau Goudappel Coffeng, met een evaluatie neergelegd in een Nota Actualisering parkeerbeleid. Hoewel de parkeerdruk gemiddeld 65% bedroeg, was er sprake van parkeerproblemen bij de pontaanlanding, wat het invoeren van betaald parkeren rechtvaardigde. De rechtbank oordeelde dat het financiële belang niet het enige motief was en dat het besluit voldoende was gemotiveerd.
Wel stelde de rechtbank vast dat de primaire besluiten tot verlening van parkeervergunningen onbevoegd waren genomen, omdat het gebied pas per 1 mei 2014 als vergunninggebied was aangewezen, terwijl de besluiten eerder waren genomen. Dit gebrek werd niet hersteld bij de bestreden besluiten, waardoor deze niet zorgvuldig waren voorbereid. De rechtbank vernietigde de bestreden besluiten, herroept de primaire besluiten en bepaalde dat de vergunningen met ingang van 1 mei 2014 worden verleend.
Tot slot veroordeelde de rechtbank de gemeente tot vergoeding van de betaalde griffierechten en proceskosten aan eiseressen. Het beroep werd gegrond verklaard, maar de exceptieve toetsing van het parkeerbeleid leidde niet tot vernietiging van het Aanwijzingsbesluit.