Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 14 maart 2017 in de zaak tussen
[de man] , te Amsterdam, eiser
de raad van bestuur van de sociale verzekeringsbank, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
.
Rechtbank Amsterdam
Eiser ontvangt sinds 1 juli 2005 een AOW-pensioen en vanaf 1 juli 2009 een AIO-aanvulling. Per 1 juli 2016 is zijn AIO-aanvulling aangepast naar 50% van het netto minimumloon, resulterend in een maandelijkse aanvulling van €258,59. Eiser betoogt dat hij duurzaam gescheiden leeft van zijn echtgenote die in Marokko woont en dat de lagere norm onder het bestaansminimum ligt, waardoor hij aanspraak maakt op een hogere aanvulling.
Verweerder stelt dat eiser niet het juiste formulier heeft ingevuld om een wijziging in zijn woonsituatie aan te tonen en dat uit de feiten blijkt dat eiser jaarlijks enkele maanden bij zijn echtgenote verblijft, wat geen duurzame scheiding impliceert. Daarnaast is verweerder van mening dat de situatie van eiser niet schrijnend is omdat na aftrek van vaste lasten nog voldoende middelen overblijven voor voeding en persoonlijke verzorging.
De rechtbank overweegt dat eiser onvoldoende heeft gemotiveerd dat hij duurzaam gescheiden leeft en dat de gehanteerde norm voor schrijnende situaties een bedrag van €250 per maand is. Aangezien eiser volgens berekeningen meer dan dit bedrag overhoudt en zijn echtgenote een pensioen ontvangt, is er geen sprake van een schrijnende situatie. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de weigering tot verhoging van de AIO-aanvulling wordt ongegrond verklaard.