ECLI:NL:RBAMS:2017:1640
Rechtbank Amsterdam
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen beslaglegging op bijstandsuitkering
Verzoeker, dakloos en bijstandsgerechtigd, maakte bezwaar tegen een inhouding van €21,27 op zijn bijstandsuitkering, die verband houdt met een beslaglegging door een deurwaarder namens een woningbouwvereniging. Hij stelde dat hij deze schuld al had afbetaald en dat het college het beslag ongedaan moest maken. De voorzieningenrechter oordeelde dat het college slechts een doorgeefluik is en de geldigheid en omvang van het beslag niet mag toetsen.
De rechter benadrukte dat verzoeker zelf contact moet opnemen met de deurwaarder over de schuld en dat een civiele procedure moet worden gestart als hij het niet eens is met het bedrag. De voorzieningenrechter stelde vast dat het college niet meer inhoudt dan het beslag toestaat en dat eerdere beslissingen over inhoudingen niet bepalen of er nog een schuld bestaat.
Gelet op deze overwegingen en het feit dat het college binnen het kader van het beslag is gebleven, werd het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd en het griffierecht werd op nihil gesteld vanwege het lage inkomen van verzoeker.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de beslaglegging op de bijstandsuitkering wordt afgewezen.