Eiseres verzocht handhaving wegens overschrijding van de maximaal toegestane geluidbelasting op handhavingspunten rond luchthaven Schiphol in 2014, gebaseerd op het Luchthavenverkeersbesluit 2004. Verweerder wees dit verzoek af en verklaarde het bezwaar ongegrond. Eiseres stelde dat de grenswaarden en de systematiek van handhaving niet meer gelijkwaardig waren aan het beschermingsniveau van het Lvb 2004, mede door gewijzigde routemodellering en woningbestanden.
De rechtbank oordeelde dat de verbeterde routemodellering en het gebruik van een geactualiseerd woningbestand het aantal woningen binnen de 35 Ke-contour doen toenemen, wat niet in strijd is met de gelijkwaardigheidseis uit artikel 8.17, zevende lid, van de Wet luchtvaart. Dit oordeel sluit aan bij een eerdere uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De tijdelijke vervangende grenswaarden voor de periode 5 mei tot 1 november 2014 zijn niet overschreden.
Daarom was verweerder niet bevoegd tot handhaving en heeft de rechtbank het beroep ongegrond verklaard. De rechtbank verwierp het betoog van eiseres dat het Lvb 2010 en de Tijdelijke regeling onverbindend zouden zijn wegens strijd met de gelijkwaardigheidseis. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.