ECLI:NL:RVS:2018:2117
Raad van State
- Hoger beroep
- J.A.W. Scholten-Hinloopen
- A.B.M. Hent
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing handhavingsverzoek geluidbelasting Schiphol gebruiksjaar 2014
In deze zaak heeft appellante verzocht om handhavend op te treden tegen overschrijding van de maximaal toegestane geluidbelasting op drie handhavingspunten rond Schiphol in het gebruiksjaar 2014. De inspecteur-generaal heeft dit verzoek afgewezen, waarna ook het bezwaar en het beroep bij de rechtbank ongegrond werden verklaard.
Appellante stelde dat de grenswaarden uit het Luchthavenverkeerbesluit (LVB) 2004 onverbindend zijn omdat latere wijzigingen in strijd zijn met de Wet luchtvaart, en dat de inspecteur-generaal daarom handhavend had moeten optreden. De Afdeling bestuursrechtspraak heeft overwogen dat de inspecteur-generaal terecht is uitgegaan van geactualiseerde grenswaarden die zijn berekend met verbeterde routemodellering en een geactualiseerd woningbestand, en dat deze gelijkwaardig zijn aan het beschermingsniveau van het LVB 2004.
Het rapport van het Nationaal Lucht- en Ruimtevaartlaboratorium bood geen aanleiding om de gehanteerde berekeningsmethode te verwerpen. Omdat de grenswaarden uit de Tijdelijke regeling 2014 niet zijn overschreden, was handhaving niet gerechtvaardigd. Het hoger beroep is daarom ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.