Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.De tenlastelegging
- het medeplegen van oplichting van ING Bank N.V. (hierna: ING) en/of een postagentschap in de periode van 4 januari 2012 tot en met 10 februari 2012 (feit 1);
- het deelnemen aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven in de periode van 2 december 2011 tot en met 10 februari 2012 (feit 2);
- het voorhanden hebben van een vals geschrift en/of het gebruik maken van dat valse geschrift op 10 februari 2012 (feit 3).
3.De voorvragen
4.De waardering van het bewijs
aanzien van de rekeninghouders [persoon 2] (hierna: [persoon 2] ), [persoon 3] (hierna: [persoon 3] ), [persoon 4] (hierna: [persoon 4] ) en [persoon 5] (hierna: [persoon 5] ).
een zekere mate van organisatie van de activiteiten. Immers, vertrouwelijke informatie en klantgegevens van rekeninghouders worden verkregen, katvangers worden geronseld, nieuwe betaalpassen en pincodes worden aangevraagd, poststukken met betaalpassen en afhaalberichten voor pincodes worden door postmedewerkers onderschept en geldbedragen worden veiliggesteld door geldbedragen naar de bankrekeningen van katvangers over te boeken en op te nemen of direct vanaf de bankrekeningen van getroffen rekeninghouders op te nemen. Deze handelwijze vergt een planmatige aanpak, intensieve samenwerking en duidelijke afstemming tussen de daarbij betrokken personen. Dat geldt vooral omdat er op bepaalde momenten snel gehandeld moet worden, wil een dergelijke fraude succesvol zijn.
5.De bewezenverklaring
6.De strafbaarheid van de feiten en van verdachte
7.De strafmotivering
8.De vordering benadeelde partij
9.De toepasselijke wettelijke voorschriften
10.De beslissingen
[verdachte]daarvoor strafbaar.
een gevangenisstraf van 2 (twee) maanden en beveelt dat deze straf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij later anders wordt gelast en stelt daarbij een proeftijd van 1 (één) jaar vast.
een taakstraf, bestaande uit het verrichten van onbetaalde arbeid, van 180 (honderdtachtig) uren, met bevel, voor het geval dat verdachte de taakstraf niet naar behoren heeft verricht, dat vervangende hechtenis van 90 (negentig) dagen zal worden toegepast, met bevel dat de tijd die verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering heeft doorgebracht, bij de uitvoering van deze taakstraf geheel in mindering zal worden gebracht naar de maatstaf van 2 (twee) uren per dag.
hoofdzakelijk zaakdossier 16 januari 2012 & 19 januari 2012, zaakdossier [naam dossier 2] en zaakdossier 140 [naam dossier 1]) in of omstreeks de periode van 2 december 2011 tot en met 10 februari 2012 te Amsterdam en/of Hoofddorp en/of Noordwijk en/of Rotterdam en/of Lunteren en/of Eindhoven en/of Tilburg en/of Goirle en/of Den Haag en/of Haarlem en/of Duivendrecht en/of Grijpskerk en/of Almere en/of 's-Hertogenbosch en/of Nijmegen en/of Baarn en/of Rijswijk en/of Groningen en/of Oostzaan en/of Monster en/of Heerhugowaard en/of Gouda en/of Leeuwarden en/of Diemen, in elk geval in Nederland, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met anderen (te weten [medeverdachte 8] en/of [medeverdachte 4] en/of [medeverdachte 9] en/of [persoon 6] en/of [persoon 1] en/of [medeverdachte 5] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 7] en/of [medeverdachte 6] en/of [persoon 7] en/of [persoon 8] en/of [persoon 9] en/of [persoon 10] en/of één of meer andere personen), heeft deelgenomen aan een organisatie (te weten een samenwerkingsverband van een aantal natuurlijke personen), welke organisatie tot oogmerk had het plegen van misdrijven, te weten oplichting van één of meerdere (rechts)perso(o)n(en) (artikel 326 Wetboek Pro van Strafrecht) en/of (gewoonte)witwassen van één of meer bedrag(en) (artikel 420ter/420bis Wetboek van Strafrecht) en/of verduistering gepleegd door postfunctionaris (artikel 273b Wetboek van Strafrecht) en/of diefstal (in vereniging) met gebruikmaking van valse sleutels (artikel 311 Wetboek Pro van Strafrecht);
hoofdzakelijk zaakdossier [naam dossier 2]) op of omstreeks 10 februari 2012 te Amsterdam en/of Den Haag, in ieder geval in Nederland, opzettelijk een vals of vervalst geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen, te weten een Nederlands rijbewijs, voorzien van het nummer [rekeningnummer 3] , op naam van [persoon 5] , geboren op [geboortedag 2] 1979 te Amsterdam, voorhanden heeft gehad, bestaande die valsheid of vervalsing hieruit dat deze was voorzien van een pasfoto van haar en/of niet van een pasfoto van die [persoon 5] , terwijl zij wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat dit geschrift bestemd was voor gebruik als ware dit echt en onvervalst,