ECLI:NL:RBAMS:2017:3953
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak verdachte in BTW-carrouselfraudezaak wegens gebrek aan bewijs feitelijk leidinggeven
De rechtbank Amsterdam behandelde de zaak tegen verdachte die werd verdacht van betrokkenheid bij een BTW-carrouselfraude via [bedrijf] B.V. over het tweede kwartaal van 2010. Verdachte was formeel bestuurder en enig aandeelhouder, maar de feitelijke bedrijfsvoering lag bij een ander.
De officier van justitie stelde dat verdachte als katvanger een onmisbare schakel was in de fraude, terwijl de verdediging betoogde dat verdachte geen feitelijke leiding gaf en geen opzet had. De rechtbank oordeelde dat het dossier onvoldoende bewijs bevatte dat verdachte daadwerkelijk leiding gaf of bewust de fraude faciliteerde.
Verdachte had zijn bestuurdersfunctie lichtvaardig aanvaard en zich niet bekommerd om de bedrijfsactiviteiten, maar er was geen bewijs dat hij op de hoogte was van de fraude of dat hij invloed had om die te voorkomen. Ook het subsidiaire verwijt van medeplichtigheid werd verworpen omdat het proberen openen van een bankrekening en formeel bestuurderschap niet strafbaar is zonder opzet.
De rechtbank verklaarde het ten laste gelegde niet bewezen en sprak verdachte vrij. Dit vonnis onderstreept het belang van feitelijke betrokkenheid en opzet bij strafrechtelijke aansprakelijkheid in BTW-fraudezaken.
Uitkomst: Verdachte werd vrijgesproken wegens gebrek aan bewijs van feitelijk leidinggeven en opzet in BTW-carrouselfraude.