ECLI:NL:RBAMS:2017:4351

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
16 maart 2017
Publicatiedatum
22 juni 2017
Zaaknummer
623104 / HA RK 17-33
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2:298 BWArt. 2:297 BWArt. 19 Rv
Verwijzingen
9 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Schorsing bestuurders Stichting Luminore wegens vermoedens van wanbeheer en schijnconstructie

De Stichting Luminore, opgericht in augustus 2015 en gevestigd te Amsterdam, heeft als doel het administreren van aandelen. De bestuurders, de heer belanghebbende sub 1 als voorzitter en de heer belanghebbende sub 2 als secretaris, voldeden niet aan een eerdere rechterlijke beschikking om binnen twee weken de boeken en bescheiden van de stichting te overleggen.

Het Openbaar Ministerie verzocht op grond van artikel 2:298 BW Pro om schorsing van het bestuur wegens vermoedens van handelen in strijd met wet en statuten, en vanwege ernstige twijfels over het bestuur. Er zijn aanwijzingen dat het bestuur een schijnconstructie vormt en wanbeheer pleegt, mede doordat de bestuurders ook betrokken zijn bij andere stichtingen die in verband worden gebracht met criminele activiteiten.

De rechtbank oordeelde dat de ernst van de situatie en het niet voldoen aan de eerdere beschikking rechtvaardigen dat de bestuurders worden geschorst, totdat een definitieve uitspraak over hun ontslag is gedaan. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en zal aan het handelsregister worden toegezonden.

Uitkomst: De rechtbank schorst de bestuurders van Stichting Luminore hangende het onderzoek en verklaart de beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling privaatrecht
zaaknummer / rekestnummer: C/13/623104 / HA RK 17-33
Beschikking van 16 maart 2017
in de zaak van
OPENBAAR MINISTERIE IN HET ARRONDISSEMENTSPARKET AMSTERDAM,
verzoekster,
namens deze mr. O.J.M. van der Bijl, Officier van Justitie
en

1.[belanghebbende sub 1] ,

wonende te [woonplaats] ,
2.
[belanghebbende sub 2],
wonende te [woonplaats] ,
3. de stichting
STICHTING LUMINORE,
gevestigd te Amsterdam,
belanghebbenden.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het verzoekschrift met bijlagen, ingekomen ter griffie op 31 januari 2017.
1.2.
De beschikking is bepaald op heden. Verzoekster is van de beschikkingsdatum op de hoogte gesteld.

2.De feiten

2.1.
De stichting Stichting Luminore (hierna: Luminore), gevestigd te Amsterdam, is bij akte van 12 augustus 2015 opgericht. Op 13 augustus 2015 heeft inschrijving in het handelsregister plaatsgevonden.
2.2.
Artikel 2 van Pro de statuten van Luminore luidt:
“De stichting heeft ten doel het ten titel van administratie verkrijgen en administreren van de aandelen, alsmede het verrichting van alle verdere handelingen, die met het vorenstaande in de ruimste zin verband houden of daartoe bevorderlijk kunnen zijn.”.
2.3.
Uit een uittreksel van het handelsregister blijkt dat de secretaris van Luminore de heer [belanghebbende sub 2] (hierna: [belanghebbende sub 2] ) en dat de voorzitter van Luminore de heer [belanghebbende sub 1] (hierna: [belanghebbende sub 1] ) is.
2.4.
Bij beschikking van de voorzieningenrechter van deze rechtbank van 10 januari 2017 zijn [belanghebbende sub 2] en [belanghebbende sub 1] , in hun hoedanigheid van bestuurder van Luminore, bevolen om binnen twee weken na betekening van de beschikking de boeken, de bescheiden en andere gegevensdragers van Luminore beschikbaar te stellen aan verzoeker en om de waarde van Luminore aan te tonen. Dit om beantwoording van de vragen gesteld in de brief van 2 december 2016 mogelijk te maken.
2.5.
De beschikking van de voorzieningenrechter is op 12 januari 2017 aan belanghebbenden betekend. Aan dit bevel is niet voldaan.

3.Het verzoek

3.1.
Verzoekster verzoekt om een voorlopige voorziening op grond van artikel 2:298 van Pro het Burgerlijk Wetboek (BW), zijnde de schorsing van het bestuur van Luminore, hangende het onderzoek.
3.2.
Verzoeker legt hieraan het volgende ten grondslag.
Blijkens een rapport van de politie kan worden vastgesteld dat er sprake is een doen of nalaten van belanghebbenden in strijd met wet en de statuten. Tevens is, volgens dat rapport, ernstige twijfel ontstaan of het bestuur van Luminore wel naar behoren wordt gevoerd.
3.3.
Omtrent Luminore zijn geen aantoonbare (sociale) (media) activiteiten te vinden, op de registratie in het handelsregister na. Activiteiten om het doel te realiseren zijn niet bij verzoeker bekend. Ook is niet bekend op welke aandelen wordt gedoeld in de doelstelling. Het huidige bestuur is de opvolger van het oorspronkelijke bestuur, te weten: de heren [naam 1] (hierna: [naam 1] ) en [naam 2] (hierna: [naam 2] ). Deze laatste was samen met [belanghebbende sub 1] eveneens bestuurder van een andere stichting, te weten: Stichting Betuwse Evenementen. [naam 1] komt veelvuldig voor in de politiesystemen, hij staat bekend als een fiscale wanbetaler. Tevens is [naam 1] een van de huidige bestuursleden van de Stichting Betuwse Evenementen en van de Stichting Nederlandse Evenementen. Voor deze stichting zijn ook verzoeken ex artikelen 2:298 en 2:301 BW ingediend. Deze stichtingen zijn eigenaar van voertuigen welke gerelateerd zijn aan criminele activiteiten. Ook Luminore is eigenaar van een voertuig. Dat het huidige bestuur van Luminore de opvolgers van [naam 1] en [naam 2] zijn en dat [belanghebbende sub 1] eveneens bestuurder van de Stichting Betuwse Evenementen is sterkt het vermoeden dat er sprake in van een schijnconstructie en wanbeheer.

4.De beoordeling

4.1.
Artikel 19 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) bepaalt dat de rechter partijen over en weer in de gelegenheid stelt hun standpunten naar voren te brengen en toe te lichten en zich uit te laten over elkaars standpunten en over alle bescheiden en andere gegevens die in de procedure ter kennis van de rechter zijn gebracht, één en ander tenzij wet anders voortvloeit. Dit artikel staat er echter niet aan in de weg dat de rechter met het oog op de ernst van de aan het verzoek tot schorsing van bestuurders ten grondslag gelegde feiten of de spoedeisendheid van de verzochte voorzieningen tot het treffen daarvan overgaat zonder de bestuurders te horen (zie HR 20 april 2007, NJ 2007, 241). Bij de verdere behandeling van het gelijktijdig door verzoeker ingediende verzoek tot ontslag van het bestuur van Luminore kan dan worden beoordeeld of de gronden tot het treffen van de voorlopige voorzieningen toereikend waren en of de noodzaak tot het handhaven daarvan nog steeds bestaat. Het bestuur van Luminore zal op een later tijdstip in de procedure ex artikel 2:298 lid 1 BW Pro in de gelegenheid worden gesteld hun standpunt met betrekking tot de voorlopige voorziening kenbaar te maken.
4.2.
Gelet op het feit dat de bestuurders niet hebben voldaan aan het bevel van de voorzieningenrechter om inlichtingen te verschaffen en de ernst van de hiervoor bedoelde bedenkingen jegens het bestuur van Luminore zal de rechtbank voornoemde bestuurders van Luminore, in afwachting van de uitspraak op het verzoek tot hun ontslag, schorsen.

5.De beslissing

De rechtbank
5.1.
schorst hangende het onderzoek [belanghebbende sub 1] en [belanghebbende sub 2] als bestuurder van de stichting Stichting Luminore, gevestigd te Amsterdam,
5.2.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad,
5.3.
bepaalt dat de griffier een afschrift van deze beschikking aan het handelsregister doet toekomen.
Deze beschikking is gegeven door mr. B.T. Beuving en in het openbaar uitgesproken op 16 maart 2017. [1]

Voetnoten

1.type: