Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 19 mei 2017 in de zaak tussen
[de man] , te Amsterdam, eiser
Procesverloop
.
Rechtbank Amsterdam
Eiser vroeg op 7 juli 2016 een Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG) aan voor het verkrijgen van een chauffeurskaart. Verweerder weigerde de afgifte op grond van relevante justitiële gegevens binnen de vijfjarige terugkijktermijn, waaronder strafbeschikkingen voor gevaarlijk rijgedrag en snelheidsovertredingen. Daarnaast werden ook oudere veroordelingen betrokken die buiten de terugkijktermijn vielen.
Eiser betoogde dat de oudere feiten niet relevant waren en dat de meest recente strafbeschikking nog niet onherroepelijk was. De rechtbank oordeelde echter dat verweerder deze feiten terecht heeft meegewogen, mede op basis van beleidsregels en het screeningsprofiel voor taxichauffeurs, waarin overtredingen zoals diefstal en drugsdelicten onverenigbaar zijn met het beroep.
De rechtbank vond dat het belang van de samenleving bij beperking van risico’s zwaarder woog dan het belang van eiser bij het verkrijgen van de VOG. De financiële schade die eiser zou lijden werd niet zwaarwegend genoeg geacht. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de weigering van de VOG voor de chauffeurskaart.