ECLI:NL:RVS:2014:205
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- J. de Vries
- Rechtspraak.nl
Weigering verklaring omtrent gedrag wegens lopende strafzaak over drugsmisdrijven
De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie wees de aanvraag van een VOG af voor een functie bij PostNL vanwege een lopende strafzaak tegen de aanvrager wegens drugsmisdrijven. De rechtbank oordeelde dat een justitieel antecedent pas ontstaat na veroordeling en vernietigde het besluit, waarbij zij vond dat de enkele dagvaarding onvoldoende grond was voor weigering.
De staatssecretaris ging in hoger beroep en stelde dat ook vervolgingsbeslissingen van het openbaar ministerie als justitiële gegevens mogen worden betrokken bij de beoordeling van een VOG-aanvraag. De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigde dit en stelde dat de enkele verdenking voldoende grond kan zijn voor weigering.
De Afdeling oordeelde dat de ernst van de ten laste gelegde feiten en het beperkte tijdsverloop een zwaarder belang voor de samenleving rechtvaardigen dan het belang van de aanvrager bij afgifte van de VOG. Het beroep van de staatssecretaris werd gegrond verklaard, het vonnis van de rechtbank vernietigd en het beroep tegen het besluit van de staatssecretaris ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van de VOG wordt ongegrond verklaard en de weigering gehandhaafd.