Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
uitspraak van de meervoudige kamer van 25 juli 2017 in de zaak tussen
de stichting Houtzaagmolen “De Otter” (de stichting), te Amsterdam, eiseres
[naam derde partij 1] , te [plaats]
de vereniging Belangenvereniging Hugo de Groot, te Amsterdam,
Procesverloop
Overwegingen
‘Een toekomst voor molens. Uitgangspunten voor de omgang met monumentale molens’(het molenbeleid). Volgens dit beleid wordt de monumentale waarde, bestaande uit bijvoorbeeld de locatie, het gebouw en het eventuele gaande werk, de bouwhistorie en de geschiedenis van de plek, uitgangspunt. Het laten werken van de molen, liefst als ware hij economisch nog vol in bedrijf, is niet het enige oogmerk van het beleid. De rijksoverheid is voorstander van het laten draaien en malen van molens zolang de bescherming van monumentale waarden hierbij in acht wordt genomen. De binding tussen een molen en zijn plek en omgeving vormt een belangrijke monumentale waarde, een waarde die geschaad wordt als een molen wordt verplaatst. Het uitgangsprincipe van de RCE is dat molens niet worden verplaatst.
Hiermee is dus sprake van een herziening van het eerdere beleid, door tijdverloop en gewijzigd inzicht. Het molenbeleid is gepubliceerd op de website van de RCE [5] en daarmee toegankelijk en kenbaar voor derden. Daarmee is sprake van beleid als bedoeld in artikel 1:3, vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht. Het molenbeleid heeft onmiddellijke werking. Het algemeen bestuur heeft zich in het bestreden besluit dan ook terecht op het molenbeleid gebaseerd. Deze beroepsgrond faalt.
Beslissing
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 25 juli 2017.