Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.De procedure
2.De feiten
3.Het geschil
4.De beoordeling
NJ1995/669, rov. 3.4). Die beoordeling kan niet geschieden zonder de in een zodanig geval vereiste afweging van de wederzijdse belangen.
+
Rechtbank Amsterdam
De huurder had sinds 2004 woonruimte gehuurd van de verhuurder en had daarnaast zonder toestemming delen van het pand via Airbnb onderverhuurd. Na een procedure over ontbinding van de huurovereenkomst werd op 23 februari 2017 een vaststellingsovereenkomst gesloten waarbij de verhuurder een beëindigingsvergoeding van €20.000 aan de huurder zou betalen.
De verhuurder ontdekte later dat de huurder al op 30 november 2016 een andere woning had gekocht, die op 28 februari 2017 werd geleverd. De verhuurder stelde dat hij de vergoeding niet zou hebben betaald als hij dit had geweten en vernietigde de overeenkomst gedeeltelijk wegens dwaling. De huurder legde daarop beslag op de bankrekeningen en het woonhuis van de verhuurder.
De rechtbank oordeelde dat de verhuurder terecht een beroep deed op dwaling omdat de huurder had moeten informeren over de aankoop van de nieuwe woning. Dit was van belang voor de bereidheid tot betaling van de vergoeding. Het beroep op rechtsverwerking en bedrog faalden. De beslagen werden opgeheven en de huurder werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De verhuurder hoeft de beëindigingsvergoeding van €20.000 niet te betalen en de beslagen worden opgeheven wegens gegrond beroep op dwaling.