ECLI:NL:RBAMS:2017:6220
Rechtbank Amsterdam
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing persoonsgebonden budget voor vervangend vervoer na defecte auto
Verzoekster ontving een persoonsgebonden budget (pgb) voor een scootmobiel met een looptijd van vijf jaar. Met dit budget kocht zij een auto, die na verloop van tijd defect raakte. Verzoekster vroeg een nieuw pgb aan voor vervangend vervoer, maar het college wees dit af omdat de afschrijvingstermijn van het oorspronkelijke pgb nog niet was verstreken en er een onderhouds- en reparatiecontract moest zijn afgesloten.
De rechtbank overwoog dat verzoekster de schade aan de auto eerst op haar verzekering moet verhalen, desnoods via een civiele procedure. De verzekering weigert echter uit te betalen. De rechtbank acht het niet onredelijk dat het college eerst verhaal op de verzekering verlangt voordat een nieuw pgb wordt toegekend.
Verder werd benadrukt dat verzoekster bewust voor een auto koos in plaats van een scootmobiel, waardoor de reparatiekosten hoger zijn en deze extra kosten niet uit het pgb kunnen worden voldaan. De rechtbank verwijst naar eerdere jurisprudentie waarin extra kosten door keuze voor duurdere voorziening niet worden vergoed.
Ten slotte wees de rechtbank erop dat verzoekster nog gebruik kan maken van het aanvullend openbaar vervoer, zodat zij niet volledig van buitenshuiscontacten is afgesloten. Gezien deze omstandigheden werd het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening voor een nieuw pgb voor vervangend vervoer is afgewezen.