ECLI:NL:CRVB:2012:BX8897
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging hoogte persoonsgebonden budget voor scootmobiel zonder keuzevrijheid uit meerdere aanbieders
Appellante, beperkt in mobiliteit door een orthopedische aandoening, verzocht het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam om een persoonsgebonden budget (pgb) voor een scootmobiel. Het college kende een pgb toe, gebaseerd op de cataloguswaarde van de goedkoopst adequate scootmobiel uit het gemeentelijk kernassortiment. Appellante stelde dat dit pgb haar keuzevrijheid beperkte omdat het niet toereikend was om bij andere, duurdere aanbieders een scootmobiel aan te schaffen.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat het college had voldaan aan de verplichting uit artikel 6 van Pro de Wmo door een toereikend pgb toe te kennen waarmee een adequate scootmobiel kon worden aangeschaft. De keuzevrijheid is volgens de rechtbank een gevolg van het pgb, geen doel op zich, en het pgb hoeft niet zo hoog te zijn dat het meerdere aanbieders mogelijk maakt.
In hoger beroep handhaafde de Centrale Raad van Beroep deze lijn. De Raad oordeelde dat noch de Wmo, noch parlementaire stukken vereisen dat het pgb toereikend moet zijn om bij elke gewenste aanbieder een scootmobiel aan te schaffen. Het college is niet gehouden een pgb toe te kennen dat keuze uit meerdere aanbieders mogelijk maakt. Appellante kan het pgb vrij besteden, maar extra kosten bij duurdere aanbieders komen voor eigen rekening.
De Raad concludeerde dat het toegekende pgb toereikend was voor een adequate scootmobiel en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat het toegekende pgb toereikend is en dat het college niet verplicht is een pgb toe te kennen waarmee keuze uit meerdere aanbieders mogelijk is.