Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
geboren te [geboorteplaats] (Marokko) op [geboortedag] 1993,
ingeschreven in de Basisregistratie personen op het adres [adres]
thans verblijvende in de [detentieadres] .
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.Tenlastelegging
3.Voorvragen
4.Waardering van het bewijs
NJ2000, 194) volgt dat het gebruik van aan andere bewezen verklaarde, soortgelijke, feiten ten grondslag liggende bewijsmiddelen als ondersteunend bewijs (schakelbewijs) is toegelaten. Daarbij moet het gaan om bewijsmateriaal dat op essentiële punten belangrijke overeenkomsten vertoont met het bewijsmateriaal van de te bewijzen feiten en dat duidt op een specifiek patroon in het gedrag van verdachte, welk patroon herkenbaar aanwezig is in de voor het te bewijzen feit voorhanden zijnde bewijsmiddelen.
Op de telefoon is tevens een schermafbeelding gevonden waarop valt te zien dat voor het adres [adres te plaats 2] te Amsterdam meterstanden zijn doorgegeven aan het bedrijf Nuon. Onder het kopje contactgegevens staan het telefoonnummer # [telefoonnummer 1] en het e-mailadres [e-mailadres] . Tot slot is verdachte op 6 januari 2017 met medeverdachte [medeverdachte] gecontroleerd. Het bovenstaande maakt voldoende aannemelijk dat verdachte de gebruiker is van het telefoonnummer # [telefoonnummer 1] . De rechtbank verwerpt het verweer van de raadsvrouw van verdachte.
5.Bewezenverklaring
b. 6 januari 2017 (zaak 3) en
c. 10 januari 2017 (zaak 4) en
d. 12 januari 2017 (zaak 9) en
e. 4 januari 2017 (zaak 5) en
f. 30 december 2016 (zaak 7)
b. [persoon 5] (zaak 3) en
c. [persoon 8] (zaak 4) en
d. [persoon 9] (zaak 9) en
e. [persoon 10] (zaak 5) en
f. [persoon 11] (zaak 7)
b. een bankpas (zaak 3) en
c. een bankpas (zaak 4) en
d. een bankpas (zaak 9) en
e. een bankpas (zaak 5) en
f. een bankpas (zaak 7)
- gezegd dat hij, verdachte, een pakje voor haar had en
- gezegd dat zij 1,25 euro voor het pakje moest betalen en
- gezegd dat hij, verdachte, geen contant geld mocht aannemen en dat er alleen middels pin betaald kon worden en
- de bankpas van die [persoon 7] aangepakt en tegen een smartphone gehouden en
- vervolgens aan die [persoon 7] gevraagd om de pincode in te toetsen en
- tegen die [persoon 7] gezegd dat hij, verdachte, naar zijn auto zou lopen voor een bonnetje
- tegen voornoemde [persoon 5] gezegd dat hij, verdachte, een pakketje voor hem had en
- tegen die [persoon 5] gezegd dat hij 5 Euro moest geven en
- tegen die [persoon 5] gezegd dat hij, verdachte, van zijn baas geen cash geld mocht aannemen en
- tegen die [persoon 5] gezegd dat hij moest pinnen en
- de bankpas van die [persoon 5] aangepakt en tegen een telefoon gehouden en
- vervolgens aan die [persoon 5] gevraagd om de pincode in te toetsen en
- tegen die [persoon 5] gezegd dat hij, verdachte, een papier uit de auto moest pakken dat die [persoon 5] kon tekenen
- een pakketje in zijn, verdachte's, hand had en
- de woning van die [persoon 8] betreden en
- tegen die [persoon 8] gezegd dat het 2,50 euro kostte en
- tegen die [persoon 8] gezegd dat zij het ook met haar pasje kon betalen en
- de bankpas van die [persoon 8] aangepakt en de pincode aan die [persoon 8] gevraagd en
- de woning verlaten en
- tegen die [persoon 8] gezegd dat hij, verdachte, het in orde zou maken
- tegen die [persoon 9] gezegd dat hij, verdachte, een postpakketje voor haar had en
- tegen die [persoon 9] gezegd dat zij 1,20 euro moest betalen en
- tegen die [persoon 9] gezegd dat hij, verdachte, geen contant geld mocht aannemen en
- tegen die [persoon 9] gezegd dat zij 1,20 euro moest pinnen en
- de pinpas van die [persoon 9] onder een apparaat gehouden en
- vervolgens die [persoon 9] haar pincode laten intoetsen en
- tegen die [persoon 9] gezegd dat hij, verdachte, naar zijn auto moest lopen om het pakketje uit de auto te halen;
- tegen die [persoon 10] gezegd dat hij 1,85 euro moest betalen voor het pakketje en
- tegen die [persoon 10] gezegd dat hij dit bedrag moest pinnen en- tegen die [persoon 10] gezegd dat hij, verdachte, de bankpas mee moest nemen naar zijn, verdachte's, auto
- gezegd dat hij een pakketje had voor [naam] en
- tegen die [persoon 11] gezegd dat zij 1,25 euro moest betalen voor het pakketje en
- tegen die [persoon 11] gezegd dat zij dit bedrag alleen via de pin kon betalen en
- de bankpas van die [persoon 11] aan de achterzijde in een mobiel pinautomaat gestoken en
- die [persoon 11] haar pincode laten intoetsen en
- zijn, verdachte's, telefoon gepakt en een gesprek gevoerd en gezegd: "de app is goed" en
- tegen die [persoon 11] gezegd dat hij een papier ging pakken dat zij moest ondertekenen en
- tegen die [persoon 11] gezegd dat hij een bon aan haar ging geven
b. 6 januari 2017 (zaak 3) en
c. 10 januari 2017 (zaak 4) en
d. 12 januari 2017 (zaak 9) en
e. 4 januari 2017 (zaak 5) en
f. 30 december 2016 (zaak 7)
b. geldbedragen van 250 euro en 705 euro en 1000 euro (zaak 3) en
c. geldbedragen van 250 euro en 1000 euro (zaak 4) en
d. een geldbedrag van 400 euro (zaak 9) en
e. geldbedragen van 1000 euro en 250 euro (zaak 5) en
f. geldbedragen van 250 euro en 90 euro (zaak 7)
b. [persoon 5] (zaak 3) en
c. [persoon 8] (zaak 4) en
d. [persoon 9] (zaak 9) en
e. [persoon 10] (zaak 5) en
f. [persoon 11] (zaak 7)
b. een Ipad (merk Apple; serienummer [serienummer 2] ) en
c. een Ipad mini (merk Apple; serienummer [serienummer 3] ) en
d. een Ipad (merk Apple; serienummer [serienummer 4] ) en
e. een Ipad (merk Apple; serienummer [serienummer 5] )
6.De strafbaarheid van de feiten
7.De strafbaarheid van verdachte
8.Motivering van de straf
Verdachte en/of zijn medeverdachte hebben zich bij deze delicten voorgedaan als pakketbezorger en hebben misbruik gemaakt van het vertrouwen dat zij in die hoedanigheid van de slachtoffers wisten te winnen. Met een geraffineerd en listig verhaal hebben zij de slachtoffers bewogen tot het afgeven van de pincode van hun bankpas, welke bankpas ook tijdens de babbeltruc is ontvreemd. Vervolgens zijn de slachtoffers kort hierna door verdachte of zijn mededader bestolen, doordat met de ontvreemde bankpassen en verkregen pincodes (aanzienlijke) geldbedragen van de rekeningen van de slachtoffers zijn opgenomen, waardoor verdachte zich eveneens schuldig heeft gemaakt aan diefstal door middel van een valse sleutel. Dit zijn op zichzelf ernstige feiten, die naast (financiële) schade vaak veel overlast en gevoelens van onmacht en onveiligheid bij de slachtoffers teweeg brengen.
9.Toepasselijke wettelijke voorschriften
10.Beslissing
[verdachte], daarvoor strafbaar.
24 (vierentwintig) maanden.
mrs. F. Dekkers en J.M. Jongkind, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. D. Spaan, griffier,