ECLI:NL:RBAMS:2017:7826
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- T.L. Fernig – Rocour
- M. Singeling
- Y. Moussaoui
- Rechtspraak.nl
Beperking landbouwverkeer en doorgaand verkeer in centrum Uithoorn gegrond verklaard
De gemeente Uithoorn nam een verkeersbesluit om landbouwverkeer en doorgaand verkeer zonder lokale bestemming te weren uit het centrum, met name op de Koningin Máximalaan tussen de Prinses Irenebrug en de Laan van Meerwijk. Diverse partijen, waaronder Agrimm en Dorpscomité De Hoef, stelden beroep in tegen dit besluit. De rechtbank beoordeelde eerst de ontvankelijkheid van de beroepen en oordeelde dat Agrimm en Dorpscomité De Hoef ontvankelijk waren vanwege hun bijzondere, individuele belangen.
Inhoudelijk oordeelde de rechtbank dat het verkeersbesluit zorgvuldig tot stand was gekomen, met voldoende onderzoek naar verkeersstromen en alternatieve routes. De belangenafweging van Uithoorn, gericht op verbetering van leefbaarheid en verkeersveiligheid in het dorpscentrum, woog zwaarder dan de nadelige gevolgen voor landbouwverkeer. De rechtbank verwierp de bezwaren van andere partijen zoals VIB, LTO, Cumela, De Ronde Venen en Nieuwkoop.
De rechtbank vernietigde de bestreden besluiten voor Agrimm en Dorpscomité De Hoef, maar voorzag zelf in de bezwaren door deze alsnog ongegrond te verklaren, waarmee het verkeersbesluit in stand bleef. Tevens stelde de rechtbank een dwangsom van €1.260,- vast wegens het niet tijdig beslissen op het bezwaar van Dorpscomité De Hoef en veroordeelde Uithoorn tot vergoeding van het griffierecht aan Agrimm en Dorpscomité De Hoef.
Uitkomst: De beroepen van Agrimm en Dorpscomité De Hoef zijn gegrond verklaard, het verkeersbesluit blijft echter in stand en een dwangsom is opgelegd wegens niet tijdig beslissen.