Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.Het onderzoek ter terechtzitting
mr. S. Sondermeijer en van wat verdachte en zijn raadsman mr. M.R.P. Bakker naar voren hebben gebracht.
2.Tenlastelegging
3.Voorvragen
4.Waardering van het bewijs
5.Bewezenverklaring
6.De strafbaarheid van de feiten
7.De strafbaarheid van verdachte
8.Motivering van de straf en maatregel
9.Beslag
10.Vordering benadeelde partij [slachtoffer]
€ 2.000,- aan immateriële schadevergoeding te vermeerderen met de wettelijke rente.
11.Toepasselijke wettelijke voorschriften
12.Beslissing
[verdachte], daarvoor strafbaar.
gevangenisstraf voor de duur van 377 (driehonderdzevenenzeventig) dagen.
4.Meldplicht
5.Behandelverplichting
6.Contactverbod
7.Locatieverbod
iedere keerdat niet aan de maatregel wordt voldaan, met een maximum van 6 maanden.
dadelijk uitvoerbaaris.
vordering van [slachtoffer]toe tot
€ 4.103,32 (zegge: vierduizend en honderddrie euro en tweeëndertig eurocent)te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade, te weten 24 april 2017, tot aan de dag van de algehele voldoening.
€ 4.103,32 (zegge: vierduizend en honderddrie euro en tweeëndertig eurocent), te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade, te weten 24 april 2017, tot aan de dag van de algehele voldoening, aan de Staat te betalen. Bij gebreke van betaling en verhaal wordt deze betalingsverplichting door
hechtenis van 51 dagenvervangen. De toepassing van die hechtenis heft de hiervoor opgelegde verplichting niet op.