ECLI:NL:RBAMS:2017:8844
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Bezwaarschrift tegen dagvaarding wegens schending onschuldpresumptie ongegrond verklaard
Verdachte diende een bezwaarschrift in tegen de dagvaarding wegens belastingfraude en valsheid in geschrift. Hij stelde dat het Openbaar Ministerie in een persbericht de onschuldpresumptie schond door hem publiekelijk als schuldig te presenteren, wat een onherstelbaar vormverzuim opleverde.
De rechtbank nam kennis van de stukken en hoorde partijen in raadkamer. De verdediging voerde aan dat het persbericht onzorgvuldig was en dat het OM niet-ontvankelijk verklaard moest worden. Het OM stelde dat het persbericht een balans zocht tussen transparantie en eerlijke procesgang, en dat geen sprake was van schending van de onschuldpresumptie.
De rechtbank oordeelde dat het persbericht inderdaad een schending van artikel 6 lid 2 EVRM Pro opleverde, maar dat dit niet zodanig was dat het OM niet-ontvankelijk verklaard moest worden. Er was sprake van een onherstelbaar vormverzuim, maar het recht op een eerlijk proces bleef gewaarborgd. De subsidiaire stellingen van de verdediging over onvoldoende bewijs werden eveneens verworpen.
Daarom verklaarde de rechtbank het bezwaarschrift ongegrond en handhaafde de dagvaarding. De beslissing werd genomen door drie rechters in raadkamer op 3 oktober 2017.
Uitkomst: Het bezwaarschrift tegen de dagvaarding wordt ongegrond verklaard ondanks schending van de onschuldpresumptie.