ECLI:NL:RBAMS:2017:906
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Nietige leeftijdsdiscriminatie door aftoppingsregeling ontslagvergoeding bij ABN AMRO
Verzoekster, een werknemer van ABN AMRO geboren in 1952, werd boventallig verklaard na een reorganisatie en geplaatst in de Mobiliteitsorganisatie. Haar functie verviel per 28 november 2014 en zij kreeg een ontslagvergoeding op basis van het Sociaal Plan, waarin voor werknemers van 62 jaar en ouder een aftoppingsregeling geldt die de ontslagvergoeding beperkt tot de vroegpensioenleeftijd tussen 62 en 63 jaar.
Verzoekster stelde dat deze aftoppingsregeling een verboden leeftijdsdiscriminatie vormt in strijd met artikel 13 van Pro de Wet gelijke behandeling op grond van leeftijd bij de arbeid (WGBLA). ABN AMRO verdedigde de regeling als passend en noodzakelijk om een eerlijke verdeling van middelen te waarborgen en verwees naar de pensioenregelingen en het overgangsrecht van de WWZ.
De kantonrechter oordeelde dat de regeling inderdaad een direct onderscheid naar leeftijd maakt en dat ABN AMRO onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat dit onderscheid objectief gerechtvaardigd is. De regeling is niet evenwichtig, niet geschikt en niet noodzakelijk, mede omdat er geen voorzieningen zijn voor werknemers die na 62 jaar willen doorwerken zonder gebruik te maken van vroegpensioen.
Ook in het licht van jurisprudentie van het Hof van Justitie EU (Andersen en Toftgaard) is de aftoppingsregeling te vergaand. De kantonrechter verklaarde de aftoppingsregeling nietig en veroordeelde ABN AMRO tot betaling van de volledige stimuleringspremie van €97.974,08, vermeerderd met wettelijke rente en buitengerechtelijke kosten. Het subsidiaire verzoek om transitievergoeding werd niet meer behandeld.
Uitkomst: De aftoppingsregeling is nietig wegens verboden leeftijdsdiscriminatie en ABN AMRO moet de volledige stimuleringspremie betalen.