Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBAMS:2017:9373

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
14 december 2017
Publicatiedatum
14 december 2017
Zaaknummer
13/751423-17
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste en enige aanleg
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 47 SrArt. 140 SrArt. 2 OpiumwetArt. 10 OpiumwetArt. 2 OLW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toestaan overlevering op grond van Europees aanhoudingsbevel ondanks detentieomstandigheden België

De rechtbank Amsterdam behandelde een vordering tot overlevering van een opgeëiste persoon op basis van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door de Rechtbank van Eerste Aanleg Antwerpen. De procedure omvatte meerdere zittingen, waaronder een tussenuitspraak waarin nader onderzoek naar de detentieomstandigheden in België werd bevolen.

Na ontvangst van aanvullende informatie en jurisprudentie over de detentieomstandigheden in België, concludeerde de rechtbank dat er geen sprake is van een algemeen reëel gevaar op onmenselijke of vernederende behandeling in Belgische gevangenissen. De verdediging voerde verweer tegen de detentieomstandigheden, maar dit werd verworpen op basis van eerdere uitspraken en aanvullende informatie.

De rechtbank stelde vast dat het EAB voldoet aan de wettelijke eisen en dat geen andere weigeringsgronden aanwezig zijn. Daarom werd de overlevering toegestaan. Tegen deze uitspraak staat geen gewoon rechtsmiddel open, waarmee de beslissing definitief is geworden.

Uitkomst: De rechtbank staat de overlevering van de opgeëiste persoon aan België toe ondanks bezwaren over detentieomstandigheden.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM,

INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER

Parketnummer: 13/751423-17
RK-nummer: 17/3376
Datum uitspraak: 14 december 2017
UITSPRAAK
op de vordering ex artikel 23 van Pro de Overleveringswet (OLW), ingediend door de officier van justitie bij deze rechtbank. Deze vordering dateert van 24 mei 2017 en betreft onder meer het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).
Dit EAB is uitgevaardigd op 5 mei 2017 door de Rechtbank van Eerste Aanleg Antwerpen, Afdeling Antwerpen (België) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
[opgeëiste persoon] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1980,
wonende en verblijvende op het adres:
[adres] ,
hierna te noemen “de opgeëiste persoon”.

1.Procesgang

Zitting op 18 juli 2017
De vordering is behandeld op de openbare zitting van 18 juli 2017. Het verhoor heeft plaatsgevonden in tegenwoordigheid van de officier van justitie, mr. J.J.M. Asbroek.
De opgeëiste persoon heeft zich doen bijstaan door zijn raadsman, mr. H. van Asselt, advocaat te Roosendaal.
De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van artikel 22, eerste lid, OLW uitspraak zou moeten doen met dertig dagen verlengd. De reden hiervan is gelegen in het feit dat de rechtbank er niet in slaagt binnen de in de wet bepaalde termijn uitspraak te doen.
Tussenuitspraak van 1 augustus 2017
De rechtbank heeft bij tussenuitspraak van 1 augustus 2017 het onderzoek heropend om nader onderzoek te doen naar de detentieomstandigheden in België en daartoe de officier van justitie opdracht gegeven navraag te doen bij de uitvaardigende justitiële autoriteit.
Zitting op 30 november 2017
De behandeling van de vordering is voortgezet op de openbare zitting van 18 juli 2017. Het verhoor heeft plaatsgevonden in tegenwoordigheid van de officier van justitie,
mr. J.J.M. Asbroek.
De opgeëiste persoon heeft zich doen bijstaan door zijn raadsman.

2.Identiteit van de opgeëiste persoon

De rechtbank heeft de identiteit van de opgeëiste persoon onderzocht. De opgeëiste persoon heeft ter zitting verklaard dat de bovenvermelde personalia juist zijn en dat hij de Nederlandse nationaliteit heeft.

3.Tussenuitspraak van 1 augustus 2017 herhaald en ingelast

De tussenuitspraak van 1 augustus 2017 is als bijlage bij deze uitspraak gevoegd. Wat is vermeld in de rubrieken 3 ‘Grondslag en inhoud van het EAB’, 4 ‘Strafbaarheid’ en 5 ‘De garantie als bedoeld in artikel 6, eerste lid, van de OLW’ moet hier als herhaald en ingelast worden beschouwd.

4.Detentieomstandigheden

De rechtbank heeft na de tussenuitspraak in de onderhavige zaak in verschillende overleveringszaken met betrekking tot EAB’s uit België geoordeeld dat de detentieomstandigheden in België niet in de weg staan aan het toestaan van overlevering naar dat land. De rechtbank verwijst naar haar uitspraken van 29 augustus 2017 (ECLI:NL:RBAMS:2017:6233 en ECLI:NL:RBAMS:2017:6234) en 26 september 2017 (ECLI:NL:RBAMS:2017:7146).
De raadsman heeft ter zitting van 30 november 2017 verklaard op de hoogte te zijn van voornoemde uitspraken van de rechtbank over de detentieomstandigheden in België en zich vervolgens gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.
De officier van justitie heeft, onder verwijzing naar de jurisprudentie van de rechtbank, geconcludeerd dat de detentieomstandigheden in België geen reden tot weigering van de verzochte overlevering van de opgeëiste persoon opleveren.
Onder verwijzing naar voormelde jurisprudentie overweegt de rechtbank als volgt.
De aard en de ernst van (vooral) de Openbare verklaring van 13 juli 2017 van het CPT heeft de rechtbank aanleiding gegeven om nadere inlichtingen te vragen aan de Belgische autoriteiten. Daarbij moet worden opgemerkt dat de beschikbare informatie ten tijde van de tussenuitspraak nog niet de conclusie rechtvaardigde dat sprake was van een (algemeen) reëel gevaar in Belgische gevangenissen op een onmenselijke of vernederende behandeling.
De algemene aanvullende informatie die de rechtbank nadien in verschillende zaken heeft ontvangen en welke ook wordt genoemd in de eerdergenoemde uitspraken, rechtvaardigt deze conclusie nog minder.
De detentieomstandigheden in België vormen dan ook geen reden de overlevering van de opgeëiste persoon naar België niet toe te staan.

5.Slotsom

Nu is vastgesteld dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW Pro en ook overigens geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg staan, dient de overlevering te worden toegestaan.

6.Toepasselijke wetsartikelen

De artikelen 47 en 140 Wetboek van Strafrecht, 2 en 10 Opiumwet en 2, 5, 6 en 7, van de OLW.

7.Beslissing

STAAT TOEde overlevering van
[opgeëiste persoon]aan de Rechtbank van Eerste Aanleg Antwerpen, Afdeling Antwerpen ten behoeve van het in België tegen hem gerichte strafrechtelijk onderzoek naar de feiten waarvoor zijn overlevering wordt verzocht.
Aldus gedaan door
mr. A.J. Dondorp, voorzitter,
mrs. R.A.J. Hübel en M.J. Alink, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. R.R. Eijsten, griffier,
en uitgesproken ter openbare zitting van 14 december 2017.
Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.