Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.Tenlastelegging
3.Waardering van het bewijs
4.Beslissing
niet bewezenen spreekt verdachte daarvan
vrij.
Rechtbank Amsterdam
Op 7 juni 2016 werd in de woning van verdachte ongeveer 11,5 kilogram hennep en 310 gram hasjiesj aangetroffen. Verdachte stond samen met zijn moeder en zus op dat adres ingeschreven. Het Openbaar Ministerie beschuldigde verdachte van het opzettelijk aanwezig hebben van deze softdrugs, al dan niet medeplichtig.
De rechtbank heeft het bewijs onderzocht en geoordeeld dat niet is komen vast te staan dat verdachte wetenschap had van de drugs in zijn woning. Hoewel er handschoenen met het DNA van verdachte en sporen van andere drugs werden gevonden, was er geen verband met de hennep en hasjiesj. Ook het feit dat verdachte op 19 mei 2016 dozen vervoerde vanuit de woning naar een auto, waarvan vermoed werd dat deze softdrugs bevatten, was onvoldoende bewezen.
Verder bleek uit een telefoongesprek dat verdachte bewust werd buitengesloten van informatie over de drugs. Hierdoor kon niet worden vastgesteld dat verdachte opzettelijk de drugs aanwezig had of medeplichtig was. De rechtbank sprak verdachte vrij wegens gebrek aan wettig en overtuigend bewijs.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens ontbreken van wetenschap van het drugsbezit.