Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
[eiser 2],
[gedaagde 2],
[gedaagde 3],
Rechtbank Amsterdam
In deze zaak verzochten de eisers om herstel van het vonnis van 19 oktober 2018 vanwege drie kennelijke fouten in het dictum. Ten eerste was de datum van een overeenkomst abusievelijk vermeld als 8 november 2018 in plaats van 8 november 2013. Ten tweede was in het dictum abusievelijk het woord 'veroordeelt' gebruikt in plaats van 'verbiedt', wat een wezenlijk verschil in de strekking van het vonnis inhoudt.
De voorzieningenrechter oordeelde dat deze fouten voor eenvoudig herstel in aanmerking komen op grond van artikel 31 Wetboek Pro van Burgerlijke Rechtsvordering, omdat zij voor partijen en derden direct duidelijk zijn als vergissingen. De eisers maakten geen bezwaar tegen het herstelverzoek.
Het herstelvonnis bepaalt dat de datum in de relevante onderdelen van het vonnis wordt aangepast van 2018 naar 2013 en dat het woord 'veroordeelt' wordt vervangen door 'verbiedt'. Verder is bepaald dat deze correcties op de minuut van het oorspronkelijke vonnis worden vermeld en dat partijen de ontvangen grosse of afschrift van het oorspronkelijke vonnis na ontvangst van het herstelvonnis aan de griffie retourneren.
Uitkomst: Het vonnis van 19 oktober 2018 wordt hersteld door correctie van de datum en vervanging van 'veroordeelt' door 'verbiedt' in het dictum.