Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 1 maart 2018 in de zaak tussen
[eiser] , te Amstelveen, eiser
[derde partij 1] , [derde partij 2] en [derde partij 3]
Procesverloop
Overwegingen
nietten koste gaat van een openbare parkeerplek. Op de zitting heeft hij deze beroepsgrond ingetrokken. Dit punt behoeft dus geen verdere bespreking.
De beoordeling van de rechtbank
noodzakelijkmoet zijn. Deze beleidsregel biedt daarom ruimere mogelijkheden dan de APV en is daarom hiermee in strijd, aldus het college. De rechtbank kan deze redenering volgen en vindt dat het college terecht is uitgegaan van de APV, omdat dat hogere regelgeving is dan het beleid. Het college heeft de in het beleid geformuleerde voorwaarde dan ook terecht niet leidend geacht. Voor zover [eiser] heeft betoogd dat uit de beleidsregel volgt dat het verlies van slechts één parkeerplaats niet in de weg staat aan verlening van de omgevingsvergunning, leidt dat dus niet tot het door hem gewenste resultaat. Getoetst moet worden aan de voorwaarde zoals deze is opgenomen in de APV en niet aan de lezing die eiser aan het beleid geeft, wat van die lezing ook zij.
Beslissing
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 1 maart 2018.