Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.Tenlastelegging
3.Waardering van het bewijs
- Is [slachtoffer] een onnatuurlijke dood gestorven?
- Zo ja, waren [verdachte ] en/of [medeverdachte] betrokken bij de dood van [slachtoffer] ?
“mijn man, mijn man is vandaag, vannacht om 3.00 uur nog bij haar geweest”, en dit maar voor één uitleg vatbaar is.
“Hij had ook honger net als ik. We hadden gewoon honger.” [99]
“We waren ziekenhuis in ziekenhuis uit en zwaar aan de pijnstillers aan de morfine.” [109]
“We houden het erop, dat ze wat ‘ [naam 14] ’ ook zegt, dat ze helemaal nog niet dement was, pas de laatste maanden dat ze een beetje de weg kwijt was en daarvoor nog alles zelf regelde en deed. Ze kunnen niet bewijzen dat ze totaal dement was.” [124]
Omdat er denk ik, doordat er 112 is gebeld, politie staat. En al die ellende, de Telegraaf, AT5 voor de deur.” [134]
“En weet je wat het ook nog is nu, als wel het tweede rapport ietsje anders is als de eerste, dan hebben ze nog niks, als ze bij de tweede keer wel iets hebben gevonden, maar dan hebben ze nog niks want dan zeg ik wij hebben het eerste rapport, ja want u gaat van uit het tweede rapport, we kunnen ook uitgaan van het eerste rapport gaan, er liggen twee tegenstrijdige…maar daar kunnen ze ook niks mee.”
“Ja maar als er iets concreets is, hadden we al vast gezeten [verdachte ] .”
“En dan nog [medeverdachte] . En dan nog, al vinden ze morfine, al vinden ze afdrukken van een kussen of van verstikking, ja nou ja, het is zoals het is, en ehh we hebben haar naar bed gebracht en ehh”
“en ik heb haar gevonden in de tussentijd.”
“Zo lang wij niet bekennen weten hun niet wie het gedaan heeft. Dus kunnen ze je ook niet veroordelen, bewijs.”
“En ze is gecremeerd, dus ze kunnen niks meer terugvinden, dat is ook nog een groot voordeel.”
“We houden het erop, dat ze wat “ [naam 14] ”(fon.) ook zegt, dat ze helemaal nog niet dement was, pas de laatste maanden dat ze een beetje de weg kwijt was en daarvoor nog alles zelf regelde en deed. Ze kunnen niet bewijzen dat zij totaal dement was.”
“En dan nog [medeverdachte] . En dan nog, al vinden ze morfine, al vinden ze afdrukken van een kussen of van verstikking, ja nou ja, het is zoals het is, en ehh we hebben haar naar bed gebracht en ehhh.”
“Ze hebben geen vingerafdruk van op de mond van ehhh weet ik veel wat.”
“Ze hebben ook bewindvoering weer aangevraagd. Ze hebben alles aangevraagd. Ze hebben weer de hele mikmak. Hebben we weer op onze, op ons boterham, weet je.” [160] Bovendien heeft [verdachte ] in zijn schriftelijke verklaring van 19 april 2017 verklaard dat hij al eerder, op 30 mei 2016, op de hoogte was van het feit dat er een verzoek tot onderbewindstelling was ingediend. [161] Hoewel [verdachte ] in het levenstestament van [slachtoffer] als beoogde bewindvoerder was aangewezen, bestond de optie dat er een onafhankelijke bewindvoerder zou worden aangesteld.
“Zolang wij niet bekennen weten hun niet wie het gedaan heeft”.Door [medeverdachte] en [verdachte ] wordt in het gesprek ook overigens steeds gesproken over ‘we’. De door verdachten gegeven uitleg, namelijk dat zij in dit gesprek bespraken ‘wat er tegen hen lag’, is gelet op de context van de overige uitlatingen niet geloofwaardig. De rechtbank interpreteert dit gesprek zo dat [medeverdachte] en [verdachte ] hun eigen positie bespraken tegen de achtergrond van de feiten die ze kenden.
4.Bewezenverklaring
5.De strafbaarheid van het feit
6.De strafbaarheid van verdachte
7.Motivering van de straf
8.Beslag
9.De benadeelde partijen
- € 5.203,- voor de kosten van het autopsierapport;
- € 562,- voor de kosten van het tweede deel van de crematie;
- € 4.235,- voor de kosten van de bijstand door de raadsman;
- € 3.852,15 voor de reiskosten van het bezoeken van de zittingen en de officier van justitie en de gederfde inkomsten.
- € 4.235,- voor de kosten van de bijstand door de raadsman;
- € 250,- voor de reiskosten van het bezoeken van de zittingen en de recherche.
10.Toepasselijke wettelijke voorschriften
11. Beslissing
[verdachte ], daarvoor strafbaar.
gevangenisstrafvan
10 (tien) jaren.