Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.Tenlastelegging
3.Voorvragen
4.Waardering van het bewijs
opzettelijkin strijd met de waarheid heeft verklaard toen hij aangifte deed. Het feit dat hij zich heeft vergist bij het opgeven van een IMEI-nummer, staat er niet aan in de weg dat het strafbare feit waarvan hij aangifte heeft gedaan daadwerkelijk heeft plaatsgevonden. Daarnaast heeft verdachte niet verklaard dat hij met de telefoon met het IMEI-nummer eindigend op [nummer 2] aan het bellen was op het moment van de overval. Uit zijn aangifte blijkt dat hij aan het bellen was met een telefoon en vervolgens een telefoon heeft afgegeven, maar hieruit volgt niet dat het om dezelfde telefoon gaat. Gelet op het voorgaande heeft verdachte geen valse aangifte gedaan en hieruit volgt tevens dat verdachte [bedrijf 1 B.V.] niet heeft opgelicht, nu het vereiste oogmerk van wederrechtelijke bevoordeling en enig oplichtingsmiddel ontbreken.
5.Bewezenverklaring
6.De strafbaarheid van de feiten
7.De strafbaarheid van verdachte
8.Motivering van de straffen en maatregelen
9.Toepasselijke wettelijke voorschriften
10.Beslissing
[verdachte], daarvoor strafbaar.
gevangenisstrafvan
2 (twee) weken.
proeftijdvan
2 (twee) jarenvast.
geldboetevan
€ 1.000,- (duizend euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis van 20 (twintig) dagen.