ECLI:NL:RBAMS:2018:1848
Rechtbank Amsterdam
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening inzake illegale standplaats van caravans door zigeunergezin in Amsterdam
In deze zaak heeft de voorzieningenrechter van de Rechtbank Amsterdam op 27 maart 2018 uitspraak gedaan in een verzoek om voorlopige voorziening van een zigeunergezin dat met drie caravans illegaal was neergestreken op een perceel in Amsterdam. Het stadsdeel Nieuw-West had hen een last onder bestuursdwang opgelegd, waarbij hen werd bevolen het perceel te verlaten. De verzoekers, bestaande uit een echtpaar en hun meerderjarige kinderen, maakten bezwaar tegen deze besluiten en vroegen de voorzieningenrechter om de besluiten te schorsen totdat hun bezwaar was behandeld.
De voorzieningenrechter heeft vastgesteld dat de verzoekers hun caravans op een plek hadden geplaatst waar dit volgens het bestemmingsplan niet was toegestaan, en dat er sprake was van overtredingen van de Algemene plaatselijke verordening (APV). Desondanks heeft de voorzieningenrechter geoordeeld dat de verzoekers tot het besluit op bezwaar de tijd moesten krijgen om een legale standplaats te zoeken. Dit was vooral gebaseerd op het feit dat de gemeente hen een erg korte termijn had gegeven om te verhuizen, en dat er op dat moment geen legale standplaats beschikbaar was.
De voorzieningenrechter heeft de verzoeken tot het treffen van een voorlopige voorziening toegewezen, de primaire besluiten geschorst en bepaald dat de verzoekers met hun caravans op het perceel mochten blijven staan totdat er op hun bezwaren was beslist. Tevens werd de gemeente opgedragen het griffierecht en de proceskosten van de verzoekers te vergoeden. De uitspraak benadrukt de belangenafweging tussen handhaving door de gemeente en de rechten van de verzoekers, die al geruime tijd in Amsterdam woonden zonder dat er handhavend werd opgetreden.