Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
uitspraak van de meervoudige kamer van 26 april 2018 in de zaak tussen
[eiser] , te Mijdrecht, eiser, hierna: [eiser] ,
de Nederlandse Zorgautoriteit, verweerder, hierna: de NZa
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
.
Rechtbank Amsterdam
De Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) voerde in 2013 een kostenonderzoek uit in de mondzorgsector, uitgevoerd door Deloitte en MediQuest. Eiser verzocht op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) om openbaarmaking van documenten over het onderzoek en de tariefberekening. De NZa weigerde deels openbaarmaking met beroep op de artikelen 10 en 11 van de Wob, die bescherming bieden aan persoonlijke levenssfeer en interne beleidsopvattingen.
Eiser stelde dat de weigeringsgronden niet mogen worden toegepast om vermeende fraudeurs en hun intern beraad te beschermen, maar de rechtbank oordeelde dat noch de Wob noch andere rechtsregels dit uitsluiten. De rechtbank beperkte zich tot de beoordeling van de toegepaste weigeringsgronden en vond dat deze terecht zijn toegepast.
De rechtbank wees het beroep af en bevestigde dat bescherming van persoonlijke levenssfeer en beleidsopvattingen in intern beraad ook geldt voor documenten van vermeende fraudeurs. Er werd geen aanleiding gezien voor proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de weigering tot openbaarmaking van documenten door de NZa wordt ongegrond verklaard.