ECLI:NL:RVS:2019:1822
Raad van State
- Hoger beroep
- P.B.M.J. van der Beek-Gillessen
- J.J. van Eck
- A. Kuijer
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering openbaarmaking documenten NZa op grond van Wob
De zaak betreft een hoger beroep van appellant tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam, waarin het beroep tegen de gedeeltelijke weigering van de NZa om informatie te verstrekken op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) ongegrond werd verklaard.
Appellant had verzocht om documenten over een kostenonderzoek in de mondzorgsector, waarvan openbaarmaking deels werd geweigerd vanwege interne beleidsopvattingen en bescherming van persoonsgegevens. De rechtbank oordeelde dat de weigeringsgronden van de Wob terecht waren toegepast, ook bij vermoedens van fraude.
In hoger beroep betoogde appellant dat de NZa geen beroep kon doen op de weigeringsgronden omdat zij geen beleid maakt, en dat de belangenafweging onvoldoende was gemotiveerd. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State volgde appellant niet en bevestigde dat interne documenten met persoonlijke beleidsopvattingen en persoonsgegevens terecht zijn geweigerd. Tevens is vastgesteld dat de belangen van privacy zwaarder wegen dan het openbaar belang in deze context.
De Afdeling concludeert dat de NZa niet meer heeft weggelakt dan noodzakelijk en dat de weigering van openbaarmaking in overeenstemming is met de Wob. Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.