Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.Tenlastelegging
3.Waardering van het bewijs
Clientswerden verkocht. Hiervoor hield de medeverdachte geen administratie bij, omdat over deze verkopen geen omzetbelasting hoeft te worden betaald. Ook wordt een deel van het verschil verklaard doordat de [naam winkel] langer open is geweest dan de periode waarop het kasboek ziet. Daarnaast erkent de medeverdachte dat het ook wel eens voorkwam dat hij (dure) goederen contant verkocht en van de verkoopopbrengst slechts een deel in de administratie verwerkte en het andere deel in zijn zak stopte. Tot slot had de medeverdachte veel contant geld doordat hij geld uit eerdere ondernemingen en uit de [naam winkel] had gespaard en doordat hij bitcoins, sieraden, horloges en de inventaris van de [naam winkel] contant heeft verkocht. De gestorte en uitgegeven geldbedragen zijn dus niet van misdrijf afkomstig, aldus de verdediging.
Clientsaangeschafte belkaarten contant zijn verkocht en dat die omzet ook niet is verantwoord in het kasboek. Daardoor is niet duidelijk geworden welk deel van het contant gestorte geldbedrag van € 207.570,00 - dat is gestort in de periode dat de [naam winkel] van de medeverdachte open was - afkomstig is uit de verkoop van belkaarten via
Clientsen welk deel afkomstig is uit de omzet van andere producten uit de [naam winkel] . Daardoor is ook niet duidelijk geworden of en zo ja, welk geldbedrag er overblijft waar de medeverdachte geen aannemelijke verklaring voor heeft gegeven. Weliswaar is duidelijk dat de medeverdachte - nu hij heeft erkend bij contante verkopen in de [naam winkel] soms omzet niet in het kasboek te hebben verantwoord en ook de geringe marge die hij maakte op de verkoop van belkaarten via
Clientsniet heeft opgegeven bij zijn aangifte inkomstenbelasting - vermoedelijk onjuiste aangiftes inkomstenbelasting heeft gedaan, maar nu het strafrechtelijk onderzoek daar in het geheel niet op gericht is, kan op geen enkele wijze worden vastgesteld om welk bedrag aan te weinig betaalde inkomstenbelasting het zou gaan en al helemaal niet dat juist dat bedrag bij die niet in de boekhouding verantwoorde contante stortingen zou zitten.
€ 49.040,00.
€ 7.700,00. Drie stortingen hebben plaatsgevonden op 23 april 2014, 15 mei 2014 en 16 mei 2014. [3]
€ 7.306,28. [4] Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat zij de met dit geldbedrag rekeningen heeft betaald toen de medeverdachte in voorarrest zat. [5]
€ 2.799,92 spullen bij de Ikea gekocht (op 14 april 2015). [6]
4.Bewezenverklaring
5.De strafbaarheid van het feit
6.De strafbaarheid van verdachte
7.Motivering van de straf
8.Toepasselijke wettelijke voorschriften
9.Beslissing
[verdachte], daarvoor strafbaar.
taakstrafbestaande uit het verrichten van onbetaalde arbeid van
160 (honderdzestig) uren, met bevel, voor het geval dat de verdachte de taakstraf niet naar behoren heeft verricht, dat vervangende hechtenis zal worden toegepast van
80 (tachtig) dagen.