ECLI:NL:RBAMS:2018:3624
Rechtbank Amsterdam
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek rechter wegens onvoldoende gegronde partijdigheidsvrees
Stichting Woonzorg Nederland verzocht de wraking van de rechter in een civiele procedure vanwege vermeende vooringenomenheid. Het verzoek was gebaseerd op onjuistheden in het proces-verbaal, inhoudelijke bezwaren tegen een tussenvonnis, en een vermeende nevenfunctie van de rechter die belangenverstrengeling zou veroorzaken.
De rechtbank nam kennis van de processtukken en behandelde het verzoek tijdens een openbare zitting. De wrakingskamer oordeelde dat het verzoek grotendeels bestond uit inhoudelijke bezwaren tegen het tussenvonnis, welke niet geschikt zijn voor wraking. Ook werd vastgesteld dat het verzoek niet tijdig was ingediend en dat de nevenfunctie van de rechter onvoldoende grond bood voor partijdigheidsvrees.
De wrakingskamer benadrukte dat wraking niet kan worden ingezet als middel tegen onwelgevallige beslissingen en dat de rechter geacht wordt onpartijdig te zijn tenzij uitzonderlijke omstandigheden het tegendeel aantonen. Geen feiten of omstandigheden konden de vrees voor partijdigheid objectief rechtvaardigen. Het verzoek tot wraking werd daarom afgewezen en de bodemprocedure werd voortgezet.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek van Stichting Woonzorg Nederland tegen de rechter is afgewezen wegens het ontbreken van objectief gerechtvaardigde vrees voor partijdigheid.