ECLI:NL:RBAMS:2018:3863
Rechtbank Amsterdam
- Op tegenspraak
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak verdachte medeplegen invoer cocaïne na onderzoek containertransport
In oktober 2015 startte de landelijke recherche het opsporingsonderzoek Riesling naar cocaïnetransporten via het transportbedrijf van medeverdachten. Op 7 april 2016 arriveerde een schip met drie containers bananen in Rotterdam, waarvan één container ongeveer 454 kilogram cocaïne bevatte. De container werd gecontroleerd afgeleverd en voorzien van afluisterapparatuur.
Op 12 april 2016 werd de container geopend in een loods te Den Haag. Verdachte was aanwezig in deze loods tijdens het openen van de container en het verwijderen van de vloer. Uit geluidsopnamen blijkt dat verdachte pas relatief laat op de dag op de hoogte kan zijn geweest van de aanwezigheid van cocaïne.
De officier van justitie stelde dat verdachte vrijgesproken moest worden omdat niet bewezen kon worden dat hij wist van de cocaïne. De verdediging voerde aan dat verdachte zich niet met de werkzaamheden bemoeide en dat de geluidsopnamen onbetrouwbaar waren. De rechtbank oordeelde dat verdachte niet de beschikkingsmacht over de cocaïne had en niet mede verantwoordelijk kon worden gehouden voor de invoer. Daarom werd verdachte vrijgesproken en het voorlopige hechtenisbevel opgeheven.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs van medeplegen invoer cocaïne.