In het onderzoek Riesling werd verdachte verdacht van betrokkenheid bij zes cocaïnetransporten vanuit Zuid-Amerika naar Nederland. Op 12 april 2016 werd verdachte op heterdaad aangehouden terwijl hij samen met anderen bezig was met het openen van een container waarin 454 kilogram cocaïne was aangetroffen.
De rechtbank concludeerde dat verdachte bewust de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat hij cocaïne aanwezig had, en dat hij zich actief bemoeide met het openmaken van de containervloer. De verdediging stelde dat verdachte onwetend was en slechts hielp met sjouwen, maar dit werd verworpen. Een vormverzuim bij de vastlegging van een verklaring leidde niet tot bewijsuitsluiting.
De rechtbank kwalificeerde de rol van verdachte als die van 'uithaler', een relatief lage positie binnen de criminele organisatie, en legde een gevangenisstraf van 15 maanden op, waarvan 5 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar. De tijd in voorarrest werd in mindering gebracht. De rechtbank benadrukte het belang van zware straffen tegen georganiseerde cocaïnehandel vanwege de maatschappelijke ontwrichting die deze veroorzaakt.