Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 12 juni 2018 in de zaak tussen
[eiser] , te Amsterdam, eiser
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 12 juni 2018.
Rechtbank Amsterdam
Eiser ontving bijstand op grond van de Participatiewet en verbleef van 8 augustus tot 4 oktober 2017 in het buitenland om zijn zieke moeder te bezoeken. Verweerder trok de bijstand per 6 september 2017 in omdat eiser langer dan vier weken in het buitenland verbleef, zoals bepaald in artikel 13, eerste lid, onder e, van de Participatiewet.
Eiser voerde aan dat hij wegens een dringende medische reden niet kon terugkeren, verwijzend naar artikel 16 van Pro de Participatiewet. De rechtbank oordeelde echter dat de overgelegde medische stukken, waaronder een verklaring van een cardioloog, geen acute noodsituatie aannemelijk maakten die verblijf in het buitenland rechtvaardigde.
De rechtbank bevestigde het territorialiteitsbeginsel dat bijstand uitsluit voor kosten buiten Nederland en concludeerde dat verweerder terecht de bijstand had beëindigd en teruggevorderd. Het beroep van eiser werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de beëindiging en terugvordering van bijstand wegens verblijf langer dan vier weken in het buitenland zonder dringende reden is ongegrond verklaard.