Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
- [verzoekster] voornoemd, vergezeld door de gemachtigde
- Voor de VVE [naam 1] (namens de beheerder van de VVE ) en [naam 2] (voorzitter), vergezeld door de gemachtigde.
Rechtbank Amsterdam
In deze zaak vordert een bewoner een verbod op de aanvang van werkzaamheden aan de liften binnen haar VvE, omdat zij haar appartement door de werkzaamheden niet kan bereiken. De kantonrechter oordeelt dat de verhouding tussen eigenaren binnen een VvE wordt beheerst door redelijkheid en billijkheid. Wanneer een lid door renovatie zijn appartement niet kan gebruiken, moet de VvE als collectief belanghebbende een redelijk voorstel doen om de overlast te beperken.
De VvE had aan de verzoekster slechts een bedrag aangeboden van het equivalent van 2500 gulden, zonder aan te tonen dat zij daarmee een alternatieve woonruimte kan bekostigen of dat een dergelijke ruimte beschikbaar is. Dit wordt als geen redelijk voorstel beschouwd. De kantonrechter wijst het gevorderde verbod toe om de werkzaamheden te starten totdat in de hoofdzaak is beslist of totdat een traplift is geplaatst, aangezien een traplift als redelijk voorstel wordt beschouwd.
Het verbod wordt opgelegd met een dwangsom van €30.000,- en is uitvoerbaar bij voorraad. Verdere beslissingen worden aangehouden tot de hoofdzaak wordt behandeld. De uitspraak benadrukt het belang van een redelijke oplossing binnen de VvE bij renovaties die het gebruik van een appartement tijdelijk onmogelijk maken.
Uitkomst: De kantonrechter verbiedt de VvE de werkzaamheden aan de liften te starten totdat in de hoofdzaak is beslist of een traplift is geplaatst.