Eiseres, een alleenstaande moeder die sinds 2003 bijstand ontving en sinds 2014 inkomsten had uit werk, kreeg haar bijstandsuitkering herzien door verweerder wegens vermeende te hoge uitkeringen over meerdere maanden in 2016. Verweerder vorderde terugbetalingen op, die na bezwaar en herberekeningen varieerden van €517,23 tot €1.878,19 en uiteindelijk €569,74.
De rechtbank stelde vast dat verweerder de terugvordering niet langer handhaafde vanwege onzorgvuldige besluitvorming en onduidelijke berekeningen, die stress veroorzaakten bij eiseres. Eiseres had tegen het besluit van 30 december 2016 tot beëindiging van haar uitkering geen rechtsmiddelen genomen, waardoor dat besluit rechtsgeldig bleef. De rechtbank ging niet in op verzoeken om herberekening voor andere perioden.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het bestreden besluit en herroept de primaire besluiten tot herziening en terugvordering. Tevens draagt zij verweerder op het betaalde griffierecht aan eiseres te vergoeden. Verzoeken om vergoeding van verletkosten en drukwerkkosten werden afgewezen omdat eiseres niet ter zitting verscheen en de kosten niet onder de proceskostenregeling vielen.