ECLI:NL:RBAMS:2018:5118

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
29 mei 2018
Publicatiedatum
18 juli 2018
Zaaknummer
13/751446-16
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Rekestprocedure
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 12 OLWArt. 22 OLWArt. 23 OLWArt. 29 OLW
Verwijzingen
6 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Weigering overlevering op grond van artikel 12 Overleveringswet wegens onduidelijkheden hoger beroep

De rechtbank Amsterdam behandelde op 29 mei 2018 een vordering tot overlevering van een persoon aan Polen op basis van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door de Arrondissementsrechtbank te Gdańsk. De opgeëiste persoon werd verdacht van het ondergaan van een vrijheidsstraf van 1 jaar en 2 maanden, waarvan nog 5 maanden en 18 dagen resteren.

Tijdens de procedure werd vastgesteld dat er onduidelijkheden bestonden omtrent de gang van zaken in hoger beroep in Polen. De rechtbank ontving onvoldoende informatie over de correcte oproeping van de opgeëiste persoon in de appèlprocedure en over de aanwezigheid van een gemachtigd raadsman. Tevens ontbrak een verzetgarantie zoals vereist volgens artikel 12 lid Pro d van de Overleveringswet.

De officier van justitie en de raadsman waren het eens dat op grond van artikel 12 OLW Pro de overlevering moest worden geweigerd. De rechtbank oordeelde dat zonder nadere opheldering en zonder verzetgarantie niet kan worden vastgesteld of de procedure in hoger beroep aan de wettelijke eisen voldoet. Daarom werd de overlevering geweigerd en de overleveringsdetentie opgeheven. Tegen deze uitspraak staat geen gewoon rechtsmiddel open.

Uitkomst: De rechtbank weigert de overlevering vanwege onduidelijkheden in de hoger beroepsprocedure en het ontbreken van een verzetgarantie.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER

Parketnummer: 13/751446-16
RK nummer: 17/5271
Datum uitspraak: 29 mei 2018
UITSPRAAK
op de vordering ex artikel 23 van Pro de Overleveringswet (OLW), ingediend door de officier van justitie bij deze rechtbank. Deze vordering dateert van 14 augustus 2017 en betreft onder meer het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).
Dit EAB is uitgevaardigd op 15 april 2016 door de Arrondissementsrechtbank te Gdańsk (Polen) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
[opgeëiste persoon]
geboren te [geboorteplaats] (Polen) op [geboortedatum] ,
wonend op het adres:
[woonplaats] ,
hierna te noemen de opgeëiste persoon.

1.Procesgang

De vordering is behandeld op de openbare zitting van 29 mei 2018. Het verhoor heeft plaatsgevonden in tegenwoordigheid van de officier van justitie mr. J.J.M. Asbroek.
De opgeëiste persoon heeft zich doen bijstaan door zijn raadsman, mr. T. Kocabas, advocaat te Zoetermeer en door een tolk in de Poolse taal.
De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van artikel 22, eerste lid, OLW uitspraak moet doen, voor onbepaalde tijd verlengd.

2.Identiteit van de opgeëiste persoon

De rechtbank heeft de identiteit van de opgeëiste persoon onderzocht. De opgeëiste persoon heeft ter zitting verklaard dat de bovenvermelde personalia juist zijn en dat hij de Poolse nationaliteit heeft.

3.Grondslag en inhoud van het EAB

In het EAB wordt melding gemaakt van een vonnis van 23 oktober 2013 van de Arrondissementsrechtbank te Gdańsk met kenmerk: IV K 94/12.
De overlevering wordt verzocht ten behoeve van de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf voor de duur van 1 jaar en 2 maanden, door de opgeëiste persoon te ondergaan op het grondgebied van de uitvaardigende lidstaat. Van deze straf resteert volgens het EAB nog een straf van 5 maanden en 18 dagen. De vrijheidsstraf is aan de opgeëiste persoon opgelegd bij voornoemd vonnis.
Dit vonnis betreft het feit zoals dat is omschreven in onderdeel e) van het EAB.

4.Weigeringsgrond als bedoeld in artikel 12 OLW Pro

De raadsman heeft betoogd dat de gang van zaken in hoger beroep niet lijkt te voldoen aan artikel 12 OLW Pro. Zonder nadere informatie hieromtrent, staat dit artikel in de weg aan de verzochte overlevering.
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de overlevering moet worden geweigerd op grond van artikel 12 OLW Pro. Er is meerdere keren om opheldering gevraagd aan de uitvaardigende justitiële autoriteit omtrent de gang van zaken in hoger beroep, maar het is nog altijd onduidelijk of de opgeëiste persoon correct is opgeroepen in de appèlprocedure en of er sprake is geweest van een gemachtigd raadsman. Een verzetgarantie zoals bedoeld in artikel 12 sub d OLW Pro bevindt zich niet in het dossier en zal desgevraagd niet worden verstrekt, aldus de officier van justitie.
Met de raadsman en de officier van justitie is de rechtbank van oordeel dat ten aanzien van de procedure in hoger beroep niet kan worden vastgesteld of één van de situaties zoals bedoeld in artikel 12 sub Pro a , b of c OLW zich voordoet. Nu ook een verzetgarantie zoals bedoeld in artikel 12 sub d OLW Pro ontbreekt, dient te overlevering op basis van dit artikel te worden geweigerd.

5.Beslissing

WEIGERTde overlevering van
[opgeëiste persoon]aan de Arrondissementsrechtbank te Gdańsk (Polen).
HEFT OPde overleveringsdetentie.
Aldus gedaan door
mr. M. van Mourik, voorzitter,
mrs. M.T.C. de Vries en H.G. van der Wilt, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. A.T.P. van Munster, griffier,
en uitgesproken ter openbare zitting van 29 mei 2018.
Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.