ECLI:NL:RBAMS:2018:5486
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verplichting tot kostenbijdrage voor gezamenlijke verzorging van dwergkeeshond
In deze civiele zaak vordert eiser dat gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van de helft van de kosten voor de verzorging van een dwergkeeshond die zij samen hebben aangeschaft. De hond werd in 2016 gezamenlijk gekocht, waarbij beide partijen de helft van de aankoopprijs betaalden. Na beëindiging van hun relatie bleef de hond bij eiser verblijven en droeg gedaagde niet meer bij aan de kosten.
Eiser baseert zijn vordering op de stelling dat partijen een overeenkomst sloten om de kosten van de hond gelijk te delen. Diverse getuigenverklaringen bevestigen dat partijen de hond als gezamenlijke verantwoordelijkheid zagen en de kosten zouden delen. Gedaagde betwist het bestaan van deze overeenkomst en de hoogte van de gevorderde schadevergoeding.
De kantonrechter oordeelt dat er wel degelijk een overeenkomst tot stand is gekomen waarin partijen afspreken de kosten van de hond gelijk te delen. Gedaagde is tekortgeschoten in de nakoming door niet meer bij te dragen. De gevorderde schadevergoeding wordt echter gematigd tot €800, rekening houdend met toekomstige onzekerheden, waardevermindering en het feit dat eiser ervoor koos de hond te houden. De buitengerechtelijke kosten worden afgewezen wegens niet-naleving van wettelijke vereisten. Beide partijen dragen hun eigen proceskosten.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van €800 aan eiser voor de helft van de verzorgingskosten van de hond.