Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM,
INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER
1.Procesgang
2.Identiteit van de opgeëiste persoon
Grondslag en inhoud van het EAB
Rechtbank Amsterdam
De rechtbank Amsterdam behandelde op 19 juli 2018 de vordering tot overlevering van een persoon aan België op grond van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door de onderzoeksrechter te Hasselt. De opgeëiste persoon werd verdacht van georganiseerde of gewapende diefstal, een feit opgenomen in bijlage 1 van de Overleveringswet, waardoor onderzoek naar dubbele strafbaarheid achterwege blijft.
De rechtbank onderzocht de identiteit van de opgeëiste persoon en bevestigde deze. De verdediging voerde geen verweer aan tegen de detentieomstandigheden in België, maar de rechtbank nam het bericht van de Belgische justitiële autoriteiten over stakingen in gevangenissen mee in haar beoordeling. Deze stakingen, die van 19 juni tot 10 juli 2018 duurden, leidden tot een reëel gevaar op onmenselijke of vernederende behandeling in strijd met artikel 4 van Pro het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie.
Hoewel de stakingen officieel beëindigd waren en het normale regime werd hersteld, achtte de rechtbank de situatie zorgwekkend vanwege lopende onderhandelingen over nieuwe regelgeving en de reële kans op nieuwe stakingen. Daarom besloot de rechtbank het onderzoek te heropenen en de overleveringsprocedure voor onbepaalde tijd te schorsen totdat meer duidelijkheid is verkregen over de detentieomstandigheden in België.
Uitkomst: De rechtbank schorst de overleveringsprocedure voor onbepaalde tijd wegens onzekerheid over detentieomstandigheden in België.