ECLI:NL:RBAMS:2018:5594
Rechtbank Amsterdam
- Tussenuitspraak
- Rechtspraak.nl
Schorsing onderzoek overlevering wegens onzekerheid detentieomstandigheden België
De rechtbank Amsterdam behandelde een vordering tot overlevering van een opgeëiste persoon aan België op grond van een Europees aanhoudingsbevel van 20 september 2017. De zaak betrof een strafrechtelijk onderzoek in België naar drie strafbare feiten. Tijdens de procedure werd aandacht besteed aan de detentieomstandigheden in Belgische gevangenissen, die recentelijk getroffen waren door stakingen van gevangenispersoneel.
De raadsman van de opgeëiste persoon stelde dat overlevering niet met goed fatsoen kon plaatsvinden vanwege het reële gevaar op schending van artikel 4 van Pro het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie, dat onmenselijke of vernederende behandeling verbiedt. De Belgische autoriteiten bevestigden dat de stakingen waren beëindigd, maar dat de nieuwe regelgeving over minimale dienstverlening nog onzeker was en dat nieuwe stakingen mogelijk waren.
De rechtbank concludeerde dat ondanks het beëindigen van de stakingen, de situatie zorgwekkend bleef vanwege de lopende onderhandelingen en het risico op nieuwe stakingen. Hierdoor kon niet worden gegarandeerd dat de detentieomstandigheden aan de eisen van artikel 4 van Pro het Handvest zouden voldoen gedurende de gehele detentieperiode.
Op grond hiervan besloot de rechtbank het onderzoek te heropenen en voor onbepaalde tijd te schorsen, totdat meer duidelijkheid bestaat over de uitkomst van de onderhandelingen en de gevolgen voor de detentieomstandigheden. Tegen deze tussenuitspraak staat geen gewoon rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het onderzoek wordt heropend en voor onbepaalde tijd geschorst vanwege onzekerheid over detentieomstandigheden in België.