ECLI:NL:RBAMS:2018:694
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ontslag piloot na dodelijk verkeersincident niet gerechtvaardigd
De rechtbank Amsterdam behandelde het verzoek van luchtvaartmaatschappij Transavia tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst met een piloot die betrokken was bij een ernstig verkeersincident waarbij een dodelijk slachtoffer viel. De piloot en zijn vader hielden een straatrace, waarbij de piloot werd veroordeeld voor het veroorzaken van gevaar op de weg, maar vrijgesproken van dood door schuld. Transavia stelde dat het gedrag van de piloot onverenigbaar was met zijn functie en dat er sprake was van een vertrouwensbreuk.
De kantonrechter oordeelde dat het strafrechtelijke gedrag onvoldoende zwaarwegend was om de arbeidsovereenkomst te ontbinden, mede omdat het ongeval plaatsvond voordat de piloot bij Transavia in dienst was en er geen concreet veiligheidsrisico voor het vliegen was vastgesteld. Ook de proceshouding van de piloot en de onjuiste informatie aan Transavia waren geen voldoende grond voor ontslag.
Transavia kon niet aantonen dat de ontzegging van de rijbevoegdheid gevolgen had voor het vliegbrevet of de veiligheid in de luchtvaart. De kantonrechter wees het verzoek tot ontbinding af en veroordeelde Transavia tot wedertewerkstelling van de piloot binnen twee dagen, met een dwangsom bij niet-naleving. Beide partijen dragen hun eigen proceskosten.
Uitkomst: Verzoek tot ontbinding arbeidsovereenkomst piloot wordt afgewezen; piloot moet worden wedertewerkgesteld.