Eiser is veroordeeld voor een terroristisch misdrijf en na overtreding van bijzondere voorwaarden opnieuw onder toezicht gesteld met een meldplicht en contactverbod. De minister van Justitie en Veiligheid legde deze maatregelen op vanwege het gevaar dat eiser vormt voor de nationale veiligheid.
De rechtbank oordeelt dat de minister ten onrechte geen zienswijze van eiser heeft gevraagd voordat het besluit werd genomen, wat een schending van de Awb-vormvoorschriften inhoudt. Dit leidt tot vernietiging van het besluit. De inhoudelijke gronden voor de maatregelen worden echter als gerechtvaardigd en proportioneel beoordeeld, mede vanwege het preventieve karakter en het belang van nationale veiligheid.
De rechtbank laat de rechtsgevolgen van het besluit in stand, verklaart het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk en veroordeelt de minister tot vergoeding van de proceskosten. De maatregelen zijn noodzakelijk om terroristische activiteiten te voorkomen en de meldplicht ondersteunt het contactverbod en het toezicht op eiser.