Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
uitspraak van de meervoudige kamer van 21 juli 2017 in de zaak tussen
[eiser] te Rotterdam, eiser,
de minister van Veiligheid en Justitie, verweerder,
Procesverloop
Overwegingen
.een verbod om zich te bevinden in of in de omgeving van een of meer bepaalde objecten dan wel in een bepaald gedeelte of bepaalde delen van Nederland, dat niet groter is of die niet groter zijn dan strikt noodzakelijk voor de bescherming van de nationale veiligheid;
- wat later bleek - een niet bestaand adres in de Verenigde Staten. Op 19 juni 2014 heeft de toenmalige partner van eiser bij de wijkagent gemeld dat hij plotseling is vertrokken en dat zij niet uitsloot dat eiser was vertrokken naar de geweldhaarden in het Midden-Oosten. Op 26 juni 2014 is eiser bij een politiebezoek aan de woning in Spijkenisse weer aangetroffen. Eiser heeft toen verklaard in Turkije te zijn geweest.
A3-formaat maar niet is betwist door verweerder dat ook op die kaart de grenzen niet met behulp van straatnamen zijn aangegeven. Dat klemt temeer omdat de enkelband gaat trillen zodra de grens wordt overschreden en de overtreding een feit is. Er is dus geen ruimte voor een vergissing, zoals ook is gebleken uit de aanhouding van eiser op het Kruisplein op 8 april 2017. In de MvT staat vermeld dat de omschrijving van het gebied waarin de persoon zich niet mag bevinden zodanig helder moet zijn dat daarover geen misverstanden kunnen ontstaan. De rechtbank stelt vast dat het bestreden besluit daaraan niet voldoet. Dat leidt ertoe dat het bestreden besluit, voor zover dat op het gebiedsverbod ziet, moet worden vernietigd vanwege de onzorgvuldige totstandkoming daarvan.
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond voor zover gericht tegen het gebiedsverbod;
- vernietigt het bestreden besluit in zoverre;
- verklaart het beroep ongegrond voor zover gericht tegen de meldplicht;
- bepaalt dat verweerder aan eiser het betaalde griffierecht van € 168,- vergoedt;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 990,-.