Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.De procedure
2.De feiten
3.Het geschil
4.De beoordeling
+
Rechtbank Amsterdam
Zorginstelling ZORG EN PLEZIER (Z&P) verzocht de gemeente Almere om tussentijds toe te treden tot een raamovereenkomst voor het verlenen van huishoudelijke hulp aan mensen met een beperking (perceel 4A). De gemeente wees dit verzoek af, stellende dat de keuzevrijheid van cliënten ruim voldoende was gewaarborgd en dat het aanbod van Z&P niet aanvullend was ten opzichte van bestaande aanbieders.
Z&P stelde dat zij voldeed aan de toelatingscriteria en dat de beoordelingssystematiek onduidelijk en onvoldoende gemotiveerd was. De rechtbank overwoog dat Z&P haar rechten had verwerkt door niet tijdig bezwaar te maken tegen de gunningssystematiek en dat de afwijzing voldoende was gemotiveerd op basis van de criteria in het aanvraagformulier.
De rechtbank oordeelde dat de aanbestedingsprocedure niet viel onder de Aanbestedingswet 2012 en dat de gemeente weliswaar transparant moest zijn, maar dat de motivering van de afwijzing niet ondeugdelijk was. Ook werd geoordeeld dat de relatie tussen cliënten en zorgverleners kan worden voortgezet via toegelaten aanbieders. De vorderingen van Z&P werden afgewezen en zij werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Verzoek tot tussentijdse toetreding tot raamovereenkomst afgewezen en Z&P veroordeeld in proceskosten.