ECLI:NL:RBAMS:2018:7825
Rechtbank Amsterdam
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen last onder bestuursdwang sluiting massagesalon wegens seksuele dienstverlening
De zaak betreft een verzoek om voorlopige voorziening tegen een last onder bestuursdwang opgelegd door het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam aan de eigenaresse van een massagesalon. De last houdt in dat de exploitatie van de salon binnen een week moet worden gestaakt vanwege vermoedens van illegale prostitutie.
Tijdens een integrale controle op 12 april 2018 werden door het Nederlands Forensisch Instituut spermasporen aangetroffen in drie massageruimtes. DNA-onderzoek toonde aan dat de sporen afkomstig waren van vier verschillende mannen. De eigenaresse ontkende niet de aanwezigheid van spermasporen, maar voerde aan dat deze niet noodzakelijkerwijs duiden op seksuele handelingen binnen de salon.
De voorzieningenrechter oordeelt dat de resultaten van het NFI-onderzoek voldoende aanknopingspunten bieden om te concluderen dat er seksuele handelingen tegen betaling plaatsvinden, waardoor sprake is van exploitatie van een seksinrichting zonder vergunning. De belangenafweging leidt tot de conclusie dat de sluiting proportioneel is en het algemeen belang zwaarder weegt dan het belang van de eigenaresse. Het verzoek om voorlopige voorziening wordt daarom afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de last onder bestuursdwang tot sluiting van de massagesalon wordt afgewezen.