ECLI:NL:RBAMS:2018:8086
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot herziening WAO-uitkering voor de toekomst wegens niet-naleving inlichtingenplicht
Eiser heeft een verzoek ingediend tot herziening voor de toekomst van een eerder besluit waarbij zijn WAO-uitkering was geschorst en beëindigd wegens het niet voldoen aan de inlichtingenplicht. Uit een fraudeonderzoek bleek dat eiser fulltime werkte in het bedrijf van zijn moeder en daardoor niet langer arbeidsongeschikt was. Verweerder (UWV) heeft het verzoek tot herziening afgewezen omdat eiser niet alle gevraagde inkomstengegevens over de periode 2001-2006 heeft overgelegd.
Eiser stelt dat hij niet over deze gegevens kan beschikken omdat hij toen niet op de loonlijst stond en het bedrijf failliet is gegaan. Verweerder betwist dit en verwijst naar een eerdere uitspraak waarin werd geoordeeld dat eiser wel over de gegevens kon beschikken. De rechtbank beoordeelt dat het verzoek van eiser een aanvraag tot herziening voor de toekomst betreft en dat eiser onvoldoende feiten of omstandigheden heeft aangedragen die een ander besluit rechtvaardigen.
De rechtbank oordeelt dat het niet overleggen van de gevraagde stukken voor rekening en risico van eiser komt en verklaart het beroep ongegrond. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen het besluit tot afwijzing van zijn verzoek tot herziening van de WAO-uitkering voor de toekomst wordt ongegrond verklaard.