ECLI:NL:RBAMS:2018:8462
Rechtbank Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot goedkeuring afwijkende bedingen in franchise-onderhuurovereenkomst
Verzoekers, bestaande uit een verhuurster en een huurder die een franchise-onderhuurovereenkomst zijn aangegaan, hebben bij de kantonrechter verzocht om goedkeuring van afwijkende bedingen in de huurovereenkomst op grond van artikel 7:291 BW Pro. De huurovereenkomst is onlosmakelijk verbonden met een franchiseovereenkomst en bevat bepalingen die afwijken van de wettelijke regels omtrent huur van bedrijfsruimte, met name over beëindiging, opzegging en ontbinding.
De kantonrechter oordeelt dat de huurder, een eenmansbedrijf, in een wezenlijk zwakkere maatschappelijke positie verkeert dan de verhuurster, een internationaal opererende fastfoodonderneming, en daarom de wettelijke bescherming verdient. De gevraagde afwijkingen leiden tot een aanzienlijke aantasting van de rechten van de huurder, zoals het uitsluiten van rechterlijke toetsing bij beëindiging, directe beëindiging van de onderhuurovereenkomst bij beëindiging van de franchise- of hoofdhuurovereenkomst, en het ontbreken van afdwingbare rechten op overname of compensatie van investeringen.
De verhuurster heeft onvoldoende bijzondere omstandigheden gesteld die een dergelijke inbreuk rechtvaardigen. De bedingen vormen een samenhangend geheel en kunnen niet gedeeltelijk worden goedgekeurd. Daarom wordt het verzoek tot goedkeuring van de afwijkende bedingen afgewezen.
De uitspraak is gedaan door kantonrechter C.L.J.M. de Waal op 12 november 2018 in Amsterdam.
Uitkomst: Het verzoek tot goedkeuring van afwijkende bedingen in de franchise-onderhuurovereenkomst wordt afgewezen wegens wezenlijke aantasting van de rechten van de huurder.