ECLI:NL:RBAMS:2018:8673
Rechtbank Amsterdam
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit terugwijzing asielaanvraag naar Italië wegens onvoldoende motivering
Eiser, van Libische nationaliteit, had een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. Verweerder nam deze aanvraag niet in behandeling op grond van de Dublinverordening, omdat Italië verantwoordelijk zou zijn voor de behandeling. Eiser stelde dat hij een kwetsbaar persoon is en dat recente wetsdecreten in Italië de opvang van asielzoekers verslechteren, wat strijdig zou zijn met de Dublinverordening.
De rechtbank overwoog dat Italië lid is van de EU en dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel geldt, waarbij wordt aangenomen dat Italië geen systematische tekortkomingen kent in asielprocedure en opvang. Echter, het recente wetsdecreet dat de toegang tot SPRAR-opvanglocaties beperkt, kan gevolgen hebben voor de bredere opvangvoorzieningen. Verweerder heeft onvoldoende gemotiveerd dat er geen ernstige structurele tekortkomingen zijn.
De rechtbank verwierp het standpunt dat eiser kwetsbaar is wegens onvoldoende medische onderbouwing. Het beroep is gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en verweerder opgedragen een nieuw besluit te nemen binnen vier weken. Het verzoek om een voorlopige voorziening werd afgewezen. Verweerder is veroordeeld in de proceskosten van €1.503,-.
Uitkomst: Het beroep is gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd; verweerder moet binnen vier weken een nieuw besluit nemen.