ECLI:NL:RVS:2018:3246
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- G. van der Wiel
- C.M. Wissels
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag en toepassing Dublinverordening
De staatssecretaris heeft op 22 juni 2018 besloten een aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling te nemen. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en beval opname in de nationale asielprocedure. De staatssecretaris stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelt dat de rechtbank ten onrechte haar eigen oordeel in de plaats stelde van dat van de staatssecretaris, met name omtrent de toepassing van artikel 17 van Pro de Dublinverordening. De persoonlijke ervaringen van de vreemdeling in Italië bieden onvoldoende grond om te concluderen dat overdracht aan Italië strijd oplevert met artikel 3 EVRM Pro of artikel 4 EU Pro-Handvest.
Verder is vastgesteld dat de vreemdeling niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij in Italië geen effectief rechtsmiddel heeft, noch dat aanvullende garanties noodzakelijk zijn vanwege zijn medische situatie. Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en het besluit van de staatssecretaris bevestigd.