De rechtbank Amsterdam heeft verdachte veroordeeld voor vijf diefstallen met braak, waaronder twee bedrijfsinbraken en drie auto-inbraken, gepleegd in een korte periode in Amsterdam. Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het wederrechtelijk toe-eigenen van diverse goederen, waaronder elektronica, kleding en persoonlijke bezittingen, waarbij hij zich toegang verschaft heeft door middel van braak.
De rechtbank baseerde haar oordeel op aangiftes en de bekennende verklaring van verdachte. Voor het eerste feit is verdachte partieel vrijgesproken van het medeplegen, terwijl hij voor het vijfde feit gedeeltelijk samen met een ander heeft gehandeld. De rechtbank heeft de strafmaat bepaald aan de hand van landelijke oriëntatiepunten, eerdere veroordelingen van verdachte en de aanzienlijke schade die is toegebracht, met name aan een bedrijf waar grote economische waarde is ontvreemd.
De reclassering adviseerde een klinische behandeling vanwege de drugsverslaving van verdachte, welke de rechtbank meeweegt bij de strafoplegging. De opgelegde straf bestaat uit een gevangenisstraf van twaalf maanden, waarvan zes maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar, inclusief bijzondere voorwaarden gericht op behandeling en begeleiding.
De rechtbank heeft tevens de tijd die verdachte in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht in mindering gebracht op de straf. Verdachte is veroordeeld tot strafbare feiten die niet ongestraft kunnen blijven, waarbij de combinatie van recidive en de aard van de feiten zwaar heeft meegewogen.